Caroline van Keeken: Zo worden wij niet

carolinevankeekenzowordenwijniet

Alle verhalen in deze bundel zijn eigenlijk een puzzel. Je komt in iemands hoofd terecht, ziet en denkt wat die persoon ziet en denkt, en pas langzaam wordt duidelijk wie die iemand is: een man, een vrouw, een volwassene, een kind, een ouder, een echtgenoot. Soms moet je even teruglezen naar het begin. Ik werd herhaaldelijk op het verkeerde been gezet, bijvoorbeeld in het verhaal Een goed huwelijk, waar ik er ruim twee bladzijdes over deed om er achter te komen dat de ik-figuur een man was, wat voor het verhaal toch wel een essentieel gegeven is.

Op die manier speelt Van Keeken dus ook met het verwachtingspatroon van de lezer. De spanning zat er voor mij soms wel in om erachter te komen wat nou de relatie tussen de personages was, zoals bij het prachtige en beklemmende verhaal Vla, dat zo begint:

Ze rijten je open. Ze vreten je op zonder te kauwen. Jij bent als lichtgele vla die ze in hun keel gieten. Ze slikken je door, vegen hun monden af, vergeten direct dat ze je naar binnen hebben geschrokt. Maar dat is niet belangrijk. Ik ben er. En ik heb voor je gekookt. Stoofvlees. Ik ben er vroeg voor opgestaan. Ik heb ook aardappelpuree gemaakt. Met een korstje voor de sier. Geen echte korst, waar jij je in verslikt. En er is zachte broccoli. Allemaal voor jou. Eet maar op. Dit is ons laatste avondmaal. Ik moet het niet steeds zeggen, vind je, maar ik houd van die verwarring in je ogen. Nee hoor, zeg ik gauw. Natuurlijk niet, lieverd.

Ik vind de wat subtielere verhalen (bijvoorbeeld Vla, Zevenentwintig minuten, Mama en ik) mooier dan de meer extreme. Dit boek gaat over allemaal mensen die je inderdaad niet zou willen zijn. En over relaties die scheef gegroeid zijn.

“Zo worden wij niet,” zeiden de vrouw en man uit het titelverhaal vroeger altijd tegen elkaar. En toch blijkt hij op een dag wel zo te zijn geworden:

Zijn vloeistoffen heeft hij thuis in een plastic zak gedaan. Mijn deodorant wordt ingenomen. De douanedame, die vanwege haar zachte, ronde gezicht extra streng moet kijken, houdt de bus omhoog, voordat ze hem in de bak naast haar gooit. “Je weet toch dat dat niet mag?” vraagt Herman aan mijn kruin, als ik gebogen over mijn tas worstel met de toiletspullen en het plastic zakje. Mijn paspoort, instapkaart en telefoon houdt hij in zijn handen, als een vader die wacht op een treuzelend kind. Nadat hij ze me heeft teruggegeven, draait hij zich om. Hij marcheert naar onze gate. De brandschone stukjes wit tussen de zwarte strepen op zijn sneakers maken hem oud. Ik fantaseer nordic walking-stokken in zijn handen. En ik vraag me af of ik dan ook een mevrouw ben geworden.

Verder ontmoeten we een cliniclown. Een stel dat een hekel aan hun eigen kinderen heeft. Een vrouw die haar bejaarde moeder ophaalt om een eindje te wandelen. Iemand wiens man op uitzending is en misschien wel dood. Mensen die verlaten worden. Een vrouw die een nier gaat afstaan aan haar man:

Dit deed ik voor Frank. En voor ons. Frank had ook genoeg voor mij gedaan. We woonden in mijn geboortedorp. De oldtimer had hij verkocht. En hij zag Vera nog maar zelden.

Van al deze mensen wordt invoelbaar gemaakt waarom ze doen wat ze doen, ook al heb je als lezer heel vaak de neiging om heel hard te roepen: “Doe het niet!” Veel ongemakkelijke relaties, pijnlijke situaties, oude pijn, subtiele wraak.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s