Franca Treur: Hoor nu mijn stem

francatreurhoornumijnstem

Gina reist met de trein terug naar Zeeland. Tante Ma heeft namelijk gebeld dat tante Sjaan erg achteruitgaat. Tante Ma en tante Sjaan zijn de oudtantes die haar samen met opa hebben opgevoed nadat haar ouders waren omgekomen bij een verkeersongeluk. Gina peinst onderweg over haar ex (die ze in allerlei mannen op straat meent te herkennen), over haar baan als presentatrice van het populaire “Kennis en Kunde” bij de radio (haar baas had wel erg snel een invaller gevonden toen ze te kennen gaf weg te moeten) en haar haar (afgeknipt tijdens een tv-programma, maar dat mogen de tantes uiteraard niet weten, dus draagt ze nu een pruik).

Het blijkt echter dat het met tante Sjaan net zo gaat als anders, maar met tante Ma zélf gaat het niet zo goed. Gina blijft daarom in Zeeland om voor haar te zorgen. Een gelegenheid om haar leven in Amsterdam eens van een afstand te bekijken, en ook in gedachten terug te keren naar haar jeugd.

In haar jeugd heette Gina nog gewoon Ina, al heeft ze die G er niet helemaal zelf bij verzonnen: Geraldine is haar doopnaam. Maar dat iedereen haar verder als Gina kent, weten de tantes niet. Ze groeide op in het streng gereformeerde en ouderwetse huishouden op de boerderij, waar alles wat je deed, dacht en per ongeluk wilde door God gezien werd. En anders wel door de andere mensen in de kleine dorpsgemeenschap.

Uiteindelijk, met dank aan de domineesvrouw, mag Ina gaan studeren, psychologie in Leiden. Dan komen we in het boek bij een paar hoofdstukken die al verschenen in het boekje Armaturam Dei, waar ik eerder over schreef.

Ina vindt zichzelf een zondig mens, in de eerste plaats omdat dat in principe voor iedereen geldt die niet bekeerd is en dat is ze niet, hoe graag ze dat ook zou willen, maar ook omdat ze allerlei dingen stiekem doet, zoals Tina’s lezen, met mannen in een studentenhuis wonen, op bezoek gaan bij ongelovige mensen, er niets van zeggen als iemand vloekt in de bus. Zo voel je mee hoe haar hele leven doordrongen is van het geloof. En hoe goed je ook je best doet, toch is verlossing voor slechts enkelen weggelegd. Een nogal deprimerend wereldbeeld.

Die beklemming weet Franca mooi neer te zetten in dit boek. In het boek wisselen de hoofdstukken over Gina en die over Ina elkaar af, zodat we steeds meer te weten komen over de Gina van nu, maar ook over hoe ze zo geworden is. Ook de mensen in het dorp die we tegenkomen in Ina’s jeugd komen terug in het heden.

Ina gaat hoe langer hoe meer haar eigen weg, ze gaat zelfs een vak over Bijbelgeschiedenis volgen en komt erachter dat de Bijbelverhalen ontstaan zijn uit duizenden dergelijke verhalen die in die tijd rondwaarden in het Midden-Oosten. De Bijbelverhalen blijken een PR-offensief te zijn: de maagdelijke geboorte als verhaal om Jezus hoge status te geven. Dat lijkt voor Ina’s geloof de druppel te zijn.

Ik vind het een mooi boek. Door het geloof en wat dat met een jong meisje doet zo van binnenuit te beschrijven voel je echt hoe doordrongen álles daarvan is. Een boek dat getuigt van een heel andere wereld dan de katholieke waar ik zelf in opgroeide. Mijn oma kende tot haar dood de cathechismus uit haar hoofd, maar is volgens mij nooit bang geweest dat ze niet in de hemel terecht zou komen, bijvoorbeeld.

Logischerwijs doet het boek soms aan Maarten ’t Hart denken, vooral als Ina uitrekent hoe lang het zou duren om van alle mensen die in Nederland alleen al per dag doodgaan het hele leven te bekijken. ’t Hart beschrijft deze thema’s vaak wat afstandelijker en humoristischer dan Treur, die ze meer van binnenuit beschrijft. Het boek is natuurlijk ook vergelijkbaar met Wormen en engelen van Maarten van der Graaff, maar die gaat juist meer in op de persoonlijke geloofsbeleving in relatie tot andersdenkenden en minder op de jeugdervaringen en ervaren beklemming.

Een citaat waarin we zien hoe Ina denkt als ze in Leiden voor het eerst bij niet-gelovigen op bezoek gaat en blijkt dat ze geen idee heeft wie Madonna is:

Ik zat in dubio, want wat was dit een mooie gelegenheid om hun iets over het geloof te vertellen. De mensen van mijn Bijbelkring zouden dat doen, dat wist ik zeker. Maar ik vond gewoon de moed niet om te zeggen: Trouwens, dat ik niets van popmuziek afweet, komt door mijn gelovige opvoeding. Wij hadden thuis geen tv en geen radio, want die strekken niet tot Gods eer. Ten eerste vond ik dat ongelofelijk suf, omdat je dan begint met iets wat je níet hebt; ten tweede konden ze dat opvatten als een berisping, terwijl ik zelf veel minder afwijzend stond tegenover radio en tv dan degenen die mij hadden opgevoed; en ten derde: wat was dan de volgende zin? Misschien willen jullie wel meer horen over mijn geloof? Dan zou ik misbruik maken van hun gastvrijheid. En daarbij: ik vond niet dat er van mij veel uitging. Ik, een twijfelaar, die niet eens kon zeggen dat de Heere Jezus ook voor mij gestorven was. Moest ik dan getuigen van Hem, onze Verlosser? Maar als ik niets zei, zouden ze zeggen, zodra ik weg was: Je merkt er niets van dat ze christelijk is. Mijn gedachten tolden in nutteloze wanhopige kringetjes rond, tot ik besloot dat ik misschien een volgende keer maar moest getuigen. Als ik van tevoren zou bidden om kracht, zou de Heere mij misschien de juiste woorden in de mond leggen. Dat wilde ik het allerliefst geloven. Dat geloofde ik.

Advertenties

3 gedachten over “Franca Treur: Hoor nu mijn stem”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s