Matt Haig: The humans

matthaigthehumans

Dit boek wordt verteld vanuit het perspectief van een buitenaardse levensvorm die het uiterlijk van wiskundeprofessor Andrew Martin aangenomen heeft. Andrew is ontvoerd en vermoord door de “hosts”, hij heeft namelijk een ontoelaatbare doorbraak in de wiskunde bereikt: hij heeft de Riemann-hypothese bewezen. Om de voortgang van de mensheid te dwarsbomen, heeft het buitenaardse wezen in het lichaam van Andrew Martin de taak op aarde alle aanwijzingen te vernietigen dat Martin inderdaad de Riemann-hypothese bewezen heeft, en dat is inclusief het ombrengen van zijn collega’s die wellicht op de hoogte zijn en zijn vrouw en zoon.

De ik-figuur heeft bepaalde krachten. Zo kan hij communiceren met de “hosts” en hij kan beschadigd weefsel genezen, gedachten afleiden, enzovoort. Hij kan zich vooraf totaal niet voorstellen hoe het is om een mens te zijn. De aarde bevindt zich in een verre uithoek van het universum, alle interessante dingen spelen zich heel erg ver daar vandaan af. En de mensheid heeft allerlei belangrijke technologische doorbraken, bijvoorbeeld hoe je via gedachten kunt communiceren en hoe je als soort het eeuwige leven kunt bereiken, nog niet ontwikkeld. Maar de mensheid lijkt ook uitermate ongeschikt om met technologische doorbraken om te gaan.

De nieuwe Andrew Martin komt terecht in het leven van zijn menselijke alter ego, en dat blijkt in feite een tamelijk vervelende man te zijn. Extreem geobsedeerd door zijn wiskundige werk (op zich terecht, bleek dus), maar nauwelijks betrokken bij de opvoeding van zijn zoon, zelfs in de vakanties altijd aan het werk, niet meer echt geïnteresseerd in zijn vrouw, wel een affaire erop na houdend met een studente, en ook nog een beetje een snob. De nieuwe Andrew ervaart de aarde en de mensheid echter als totaal nieuw. Hij komt vanuit een eeuwige rustige staat van zijn, waarin wiskunde de enige religie is en het eigenlijk ook alleen maar belangrijk is om de wiskunde verder te ontwikkelen.

Hij vindt mensen lelijke wezens, hij snapt niets van sociale conventies, hij begrijpt niet waarom mensen zoveel irrationele dingen doen. Hij loopt dus zonder kleren over straat en belandt meteen in het ziekenhuis. Iedereen wist echter wel dat Andrew veel te hard gewerkt had, dus deze episode wordt als een psychische instorting beschouwd.

Hij neemt Andrews gewone leven over, en langzaam ontdekt hij waarom mensen doen wat ze doen, hoe de sterfelijkheid het leven ook glans geeft en de liefde noodzakelijk maakt. Hij ontdekt kunst en muziek. Maar waarom doen mensen vijf dagen per week iets dat ze eigenlijk niet leuk vinden en maar twee dagen iets leuks? Waarbij die tweede dag dan ook nog zo dicht bij de eerstvolgende maandag ligt dat die eigenlijk ook niet leuk is…

De nieuwe Andrew blijkt in zijn gedrag een heel andere persoon te zijn dan zijn menselijke voorganger, waardoor de liefde van zijn vrouw weer opbloeit en zijn zoon weer met hem praat. Het valt hem hoe langer hoe moeilijker om zich toch op zijn taak te richten.

In die zin is het een beetje een voorspelbaar verhaal: de mensheid lijkt van buitenaf bezien een zootje ongeregeld, het zijn wezens die nog niet zo ver ontwikkeld zijn maar zichzelf wel heel wat vinden en irrationele zaken als liefde en kunst belangrijk vinden, maar van binnenuit en als je ze wat beter leert kennen blijkt daar toch wel schoonheid en troost in te zitten ook.

Het boek leest wel fijn en is hier en daar ook grappig. De wiskunde speelt een belangrijke rol in dit boek, maar de wiskundige inhoud krijgt nauwelijks aandacht. Dat is niet per se erg of storend, maar ik zie niet in waarom nou juist die Riemann-hypothese zo’n belangrijke voorwaarde is voor het ontwikkelen van technologie die tot intergalactische ruimtereizen en de ontwikkeling van telepathie en het overwinnen van de sterfelijkheid kan leiden. Maar ja, wie weet.

The point is that I was not a forty-three-year-old mathematician – husband, father – who taught at Cambridge University and who had devoted the last eight years of his life to solving a mathematical problem that had so far proved unsolvable.
Prior to arriving on Earth I did not have mid-brown hair that fell in a natural side-parting. Equally, I did not have an opinion on The Planets by Holtz or Talking Heads’ second album, as I did not agree with the concept of music. Or I shouldn’t have, anyway. And how could I believe that Australian wine was automatically inferior to wine sourced from other regions on the planet when I had never drunk anything but liquid nitrogen?
Belonging as I did to a post-marital species, it goes without saying that I hadn’t been a neglectful husband with an eye for one of my students any more than I had been a man who walked his English Springer Spaniel – a category of hairy domestic deity otherwise known as “dog” – as an excuse to leave the house. Nor had I written books on mathematics, or insisted that my publishers use an author photograph that was now nearing its fifteenth anniversary.
No, I wasn’t that man.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s