Thomas Verbogt: Hoe alles moest beginnen

thomasverbogthoeallesmoestbeginnen

Voor wie morgenavond nog tijd heeft en in de buurt van Eindhoven woont: Thomas Verbogt is, naast Alex Boogers, te gast bij de maandelijkse Boekie Night. Dat is een boekentalkshow in het Natlab, gepresenteerd door Wim Daniëls (die op wonderbaarlijke wijze ook het hele publiek lijkt te kennen elke keer, maar dat is een ander verhaal). Ik ga er al een paar jaar bijna elke maand heen en vind het altijd een heel fijne avond.

Ik had al eerder positieve recensies gelezen over de boeken van Verbogt en was dus wel benieuwd.

Dit boek gaat over Thomas en Licia. Twee kinderen met een bijzondere, symbiotische vriendschap die hun eigen wereld verzinnen en ervaren. Beide kinderen hebben een traumatische ervaring meegemaakt: Licia is haar moeder verloren en Thomas is heel erg ziek geweest en heeft zich in het ziekenhuis, zonder dat zijn ouders dichtbij hem mochten, al heel jong heel eenzaam gevoeld. Ze begrijpen elkaar zonder woorden, hebben onafgesproken regels om bepaalde vragen niet te stellen, dwalen samen door de wijk.

Op hun twaalfde verdwijnt Licia echter plots uit Thomas’ leven als ze met haar vader en zijn nieuwe vrouw naar Italië verhuist. Brieven schrijven lukt maar matig, en het duurt acht jaar voor ze elkaar weer zien. Thomas heeft haar altijd in zijn hoofd gehouden en is nog niet echt met zijn eigen leven begonnen.

Daarna duurt het nog langer voor ze elkaar weer zien, achttien jaar. En als ze 63 zijn komen ze elkaar weer tegen, en keren ze terug naar hun ouderlijke huizen (in dezelfde straat).

Ik vond het verhaal wel mooi, al vind ik Thomas soms wel erg afwachtend en passief. Hij laat het allemaal maar gebeuren, ook op momenten dat ik als lezer hoopte dat hij sommige vragen toch juist maar eens wel zou stellen. Verbogts stijl wordt geroemd, maar voor mij schrijft hij te vaag, te weinig concreet, te beschrijvend, te gevoelig, te veel over geuren, kleuren, licht, te veel herhalend. Ik zie waarom veel mensen Verbogts boek prachtig vinden, maar het is niet helemaal mijn smaak.

Licia vraagt: “Weet je dat het licht kan regenen?”
Ik heb haar gezegd dat ik haar sproeten zo mooi vind.
Als ze zegt dat het licht kan regenen, weet ik dat dat kan. Natuurlijk kan dat. Misschien heb ik het ook wel gezien, maar wist ik niet wat ik zag. Ik zie veel zo, maar hoef niet altijd te weten wat het is, want ik zie het toch en wat ik zie wordt er niet anders door als ik niet weet wat het is.
“Het kan alleen maar als er geen andere mensen zijn,” zegt Licia. “Alleen ik. En jij natuurlijk. Jij en ik. Je kunt het nauwelijks zien. Je voelt het alleen maar. Vanbinnen. Voel je het? Nu?”
We zitten aan de baai aan de rand van de polder. De lente is pas begonnen. We zitten in het vroege zonlicht. Het vroege zonlicht is er alleen voor ons, we weten dat zeker.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s