Rascha Peper: Stadse affaires

raschapeperstadseaffaires

Een charmant boekje columns van Rascha Peper. Ze schreef deze columns tussen 1999 en 2006 voor NRC Handelsblad. In die tijd woonde ze eerst in New York, later weer in Nederland, en over die overgang lezen we ook (bijvoorbeeld dat de katten, toen ze na twee jaar weer terugkwam, niet direct vol enthousiasme de oude draad weer oppakten), maar ook bijvoorbeeld Brussel en het Vlaams komen langs en het schrijvershuis van Roland Holst.

Sommige auteurs leer je al goed kennen in hun boeken, denk aan Maarten ’t Hart die een groot deel van zijn werk op zijn eigen leven gebaseerd heeft, maar bij Peper heb ik dat gevoel niet: de levens in haar boeken zijn levens op zichzelf, haar hoofdpersonages zijn niet eigenlijk allerlei versies van Rascha Peper. Daarom zijn deze columns leuk, zo leren we de persoon van de schrijfster enigszins kennen.

We lezen over de eekhoorns in New York, de zoon die voor filmmaker studeert en daar het huis voor nodig heeft of naar Azië vertrekt en opeens blijkt te kunnen strijken, over de beroerte die Peper overvallen heeft. Ook lezen we beschrijvingen van ontmoetingen, beschrijvingen van het eigen gedrag. Ze schrijft met droge humor en een stijl die me meestal wel aanspreekt, soms wat minder. Grappig vind ik stukjes als dit:

Eekhoorns hebben een hoog schattigheidsgehalte met die pluimstaart en die kleine handjes die zo behendig een nootje of vruchtje ronddraaien, maar wie een werkkamertje met uitzicht op de achtertuin heeft en ze de godganse dag ziet donderjagen, gaat anders over ze denken; laten we zeggen genuanceerder.

Interessant vind ik ook de columns over het schrijverschap. Zo lezen we over een personage dat tegen wil en dank wiskundige wilde zijn:

Ik heb het meegemaakt dat een personage dat om mij moverende redenen (om precies te zijn: voor mijn gemak) congrestolk van beroep moest zijn, botweg elke medewerking weigerde en in staking ging. In ieder hoofdstuk waarin hij moest optreden ging het mis, ik kreeg geen woord meer op het computerscherm. En waarom? Omdat hij niets met vertalen op congressen te maken wilde hebben! Hij was in mijn hoofd opgedoken als wiskundige en dat wilde hij ook zijn. Dat ik bang was me een fikse buil te vallen aan het bedenken en beschrijven van de gedachten van een wiskundige, daar had hij niks mee te maken. Had ik hem maar niet in het leven moeten roepen.

Dat zal wel gaan over Felix in Een Spaans hondje, met die wiskundige gedachten is het helemaal goed gekomen (met dank aan John Allen Paulos’ boekjes, zoals Peper schrijft).

En we lezen bijvoorbeeld over de lezingen die ze gaf:

Het is gek; ik doe tijdens zo’n lezing mijn best om onderhoudend te zijn, ik ben geen al te grote egotripper of fantast, vertel simpelweg welke bronnen en ideeën tot een boek hebben geleid en daarvan is niets noemenswaardigs gelogen. Toch voel ik me op de terugweg in de trein een oplichter, een flessentrekker, een vertegenwoordigster in literaire flauwekul, die geheel ten onrechte een fraai boeket of een kruik kruidenjenever uit de streek naast zich heeft liggen, geschenk van oppassende mensen met een normaal beroep, die die onzin beleefd hebben aangehoord, maar het onderwijl wel het hunne van gedacht zullen hebben.

Steeds vrees ik dat er een avond zal komen waarop die strenge, maar rechtvaardige dame uit het publiek opstaat en rustig verklaart: “Mevrouw, u bent helemaal geen schrijfster, u bent een kale kakschopper, weet u dat?”

Het is jammer dat we zo’n lezing niet meer kunnen meemaken, daar had ik best bij willen zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s