Herman Koch en Wanda Reisel: Of heb ik het verzonnen?

hermankochwandareiselofhebikhetverzonnen

Dit boek kwam hier al eerder langs in mijn stukje over de Boekie Night waar Koch en Reisel te gast waren. Maar nu heb ik het boek ook gelezen.

Het boek is dus een briefwisseling tussen Koch en Reisel door de tijd heen. In het eerste deel lezen we brieven uit 2011 tot 2013. Herman en Wanda halen herinneringen op, aan het Zeelandclubje waar ze ook op de Boekie Night over vertelden, aan hun jeugd, of die herinneringen wel kloppen. Hoe hun clubje werkte, welke foute grappen er gemaakt werden en hoe dat binnen het clubje wel kon, maar voor de buitenwereld niet geschikt zou zijn.

Waarom de brieven in 2013 stoppen is niet duidelijk, maar er is wel een logische overgang: op 2 december 2013 schrijft Wanda dat ze de Barcelona-brieven heeft teruggevonden in een koekblik, inclusief doorslagen van haar eigen brieven.

Daarna volgen die brieven uit 1986 tot 1988, in die tijd woont Herman in Barcelona. Dat is een interessante periode in hun beider levens: ze zijn vooraan in de dertig en allebei bezig met hun eerste romans. Herman stuurt Wanda als een soort feuilleton de hoofdstukken van zijn boek (dat wordt Red ons, Maria Montanelli) en daar geeft Wanda dan feedback op. Ze is eigenlijk meestal heel enthousiast met hier en daar een kritisch nootje. Ze wisselen bijvoorbeeld van gedachten over vragen als: kun je iemand wel met zijn echte naam in een roman opvoeren, is het beter om de straten waar het verhaal zich overduidelijk afspeelt ook te benoemen of beter om dat vaag te houden, is het beter om de ik-figuur een naam te geven of niet? Wanda schrijft ook over haar werk, maar daar is ze nog wat terughoudender in.

Het laatste deel is niet zo lang en bevat de recentste brieven, uit 2017, waarin Herman weer een apartement in Barcelona heeft. Herman reist sowieso nogal veel, blijkt uit het hele boek. Ze schrijven over boeken die ze gelezen hebben, het boekenbal. Maar ook meer reflecterend over overeenkomsten tussen hen beiden, zoals verlegenheid in de jeugd en het buitenstaanderschap.

Het is leuk om te zien dat hun stijlen niet erg zijn veranderd in de tijd, wat natuurlijk ook wel komt doordat de Barcelona-brieven uit een periode stammen waarin ze al volwassen waren, het zijn geen jeugdbrieven.

Het boek leest als een trein en geeft een mooi inzicht in een vriendschap en de tijd waarop ze samen terugkijken. Soms vallen er gaten in de briefwisseling, bijvoorbeeld als ze elkaar een tijdje veel in het echt hebben gesproken, maar ze pakken dan toch de draad weer op. Het is mooi om te zien hoe ze elkaar waarderen over zo’n lange tijd, hoe ze elkaars levens mee geleefd hebben, elkaars ouders en jeugdvrienden en ex-partners gekend hebben. Tijdens het terugkijken komen ze er ook achter dat ze bepaalde dingen (therapie, donkere periodes) toch ook níet echt van elkaar geweten hebben. Dus in die zin verdiept het terugkijken de vriendschap ook.

Een citaat uit een brief van Wanda, van 5 maart 2013:

Ik ben het helemaal met je eens dat die Zeelandtijd een mooie tijd was. Ik wil niet de miesjmacher spelen, maar idealiseren hoeft ook niet. Hoe ouder ik word, des te meer besef ik wat een grenzeloze tijd het was. Wat een vrijheid. Tegenwoordig is het dagdagelijkse digitaal grenzelozer, maar tegelijk ook zoveel cynischer, meedogenlozer, commerciëler. Het is steeds lastiger om in je eigen besloten universum origineel te zijn. Door één druk op de knop weet je via Google of het idee dat net aan je brein is ontsproten, al ergens op de wereld eerder is uitgewerkt. Origineel zijn lijkt bijna onmogelijk. In onze tijd hoefde je niet te checken. Nu we in de wereld bij elkaar op schoot zitten, is iedereen elkaars concurrent geworden. In onze jeugd kon je je nog illusies maken. Maar deze tijd biedt wel weer andere, onvoorstelbare mogelijkheden. Ik ben gevoelig voor internetverslaving: de snelheid waarmee je je gedachten kan voeden met feiten, beelden, weetjes of persoonlijke openbaringen. Gulzig als een veldmuis die zich door een kaas met een diameter van vijftig meter aan het graven is. Ik graaf me al associërend door die berg informatie heen; de ene vondst lokt het zoeken naar een andere uit. Het bedenken van een roman of een filmscenario werkt met diezelfde associërende principes als hits op Google: een gigantische flipperkast. Ik wil steeds meer ballen afschieten: is je hoofdpersoon soms een sadomasochistische necrofiele serial killer, dan kun je op internet enorm veel van je gading vinden. Is je hoofdpersoon een huisvrouw met een allesverslindend libido met thuis een grijze muis op de bank, dan kun je er ook terecht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s