Judith Visser: Zondagskind

judithvisserzondagskind

Dit is een bijzonder boek. Het beschrijft chronologisch de hele jeugd van Jasmijn Vink, een meisje met Asperger. Dat weet ze zelf dan nog niet, en haar ouders en leerkrachten ook niet, al is al vroeg duidelijk dat ze anders is dan anderen. Als lezer lezen we dat wel al in het begin van het boek, dus een spoiler is het niet. We lezen haar ervaringen dus al met die kennis van achteraf, zodat alle gebeurtenissen meteen in dat licht staan.

Jasmijn heeft moeite met contact: ze kan al heel vroeg lezen, maar ze kan niet praten met andere volwassenen dan haar ouders en opa en oma. Het duurt op de kleuterschool maanden voor ze ook maar een woord wisselt met haar juf. Jasmijn is snel overprikkeld, en prikkels zijn er nogal veel op zo’n kleuterschool. De eerste schooldag al loopt ze weg: hier wil ze helemaal niet zijn. Doordat andere mensen haar vreemde gedrag soms aanzien voor arrogant, opzettelijk en recalcitrant komt ze regelmatig in vervelende situaties terecht. De enige bij wie ze echt zichzelf is, is haar hond Senta.

We lezen Jasmijns onmacht omdat het haar niet lukt om “normaal” te zijn. Jasmijn leeft in haar hoofd een parallel leven, dat van “normale Jasmijn”. Die weet wel hoe ze een gesprek moet voeren, hoe ze moet reageren in een onverwachte situatie, die vindt klassenfeesten wel leuk en die krijgt wél borsten. Ze weet dat ze anders is dan anderen, dat ze anders reageert, maar ze kan in de situatie zelf niet de juiste reactie geven of bedenken. Dat lukt altijd pas achteraf. Ze moet een situatie vooraf in haar hoofd bedenken, om goed voorbereid te zijn als het daadwerkelijk zo is, en achteraf heeft ze tijd nodig om wat er gebeurd is te verwerken. Ze heeft ook een bizar goed geheugen.

En als een situatie echt teveel wordt, zoals een kinderfeestje of een kamp, krijgt ze tergende migraine-aanvallen. Gelukkig heeft ze altijd enkele mensen om zich heen die haar wel proberen te begrijpen, zoals haar ouders en later ook een vriendin. Maar ook de mensen dichtbij vinden het leven met haar ingewikkeld. En Jasmijn zelf vindt dat ook.

Jasmijn is slim, maar het opgesloten zitten op school vindt ze vreselijk. Ze leest de hele bibliotheek uit, maar alles wat met school te maken heeft doet ze niet of nauwelijks. Het zou zoveel fijner zijn als iedereen haar gewoon met rust liet!

Het boek is naast een verslag van de ervaringen van een autistisch meisje ook een tijdsbeeld van een jeugd, en dat is zeer herkenbaar voor mij omdat Jasmijn twee jaar ouder is dan ik. Het verhaal wemelt van de referenties naar beroemdheden, programma’s, films en muziek uit mijn eigen jeugd. De liedjes die ze op school moet zingen zaten pardoes weer in mijn hoofd.

Ook vanuit onderwijsoogpunt is dit een interessant verhaal. In die tijd was autisme niet zo algemeen bekend als nu, docenten weten tegenwoordig wat het is en weten ook beter hoe ze ermee kunnen omgaan. Want wat zijn er veel gemiste kansen… Niemand kijkt goed naar wat Jasmijn allemaal wél kan, ook haar ouders (zelf niet hoog opgeleid) doen daar niets mee. Niemand ziet hoe bizar veel ze gelezen heeft en hoeveel ze weet. In feite wordt ze wat haar onderwijsloopbaan betreft helemaal aan haar lot overgelaten. En dat is treurig. Ook voor docenten die wel al veel weten over autisme is dit verhaal van binnenuit echt de moeite waard.

Jasmijn ervaart de wereld anders dan de meeste mensen, aan de andere kant zijn veel gebeurtenissen ook dingen die iedereen wel eens meemaakt. Onzekerheid, bezig met wat anderen van haar denken, andere interesses hebben dan leeftijdgenoten zijn zaken die veel mensen zullen herkennen en die niet per se alleen met haar Asperger te maken hebben, maar ook gewoon met puber zijn en opgroeien. Maar bij haar komt in feite gewoon álles harder binnen.

Zahvala’s moeder had blozende wangen en een donker knotje boven op haar hoofd. Ze leek op Vrouwtje Theelepel. Ze wees naar een gedekte tafel midden in de woonkamer en zei: “Gaat jullie maar zieten!”
We waren met zijn achten. Iedereen trok een stoel naar achteren en ging aan tafel, behalve Colette. Zij liep naar Zahlava’s moeder, stak haar hand uit en zei: “Gefeliciteerd met uw dochter.”
“Oech, dank je, dank je!” De rode wangen bolden op als glimmende appeltjes.
Ook Hester liep naar Zahlava’s moeder toe en feliciteerde haar. En ineens stond iederéén op om de hand van Zahlava’s moeder op en neer te zwengelen.
Ik wilde het ook doen. Heel graag zelfs. Ik wilde zeggen hoe lief ik het vond dat ik hier mocht zijn, hoe leuk het was dat er voor iedereen een bord klaarstond met een snoepketting ernaast, en dat dit het eerste partijtje was waar ik kwam. In mijn hoofd zag ik een andere versie van mezelf, een normale Jasmijn, zich wél gedragen hoe het hoorde. Ik zag hoe zij gepijnigd haar hoofd schudde toen ze mij hier zag zitten, als enige, vastgeplakt in de stoel.
Hester en Colette liepen terug naar de tafel, gevolgd door de rest.
Ik staarde naar mijn snoepketting. Misschien had ik niet moeten komen. Dan was ik nu bij opa en oma geweest, waar ik me nooit afvroeg hoe ik me moest gedragen. Waar alles gewoon goed was hoe het was. Waar niet iedereen naar me keek, zoals nu.
Zahlava’s moeder liep de keuken in en kwam terug met een hoge stapel dampende pannenkoeken. Toen ze het bord op tafel zette, zei ik zachtjes: “Gefeliciteerd.”
Even leek het of ze me niet hoorde.
Toen veegde ze haar vingers af aan haar schort, legde een warme hand op mijn schouder en zei: “Donkjewol, mijn kind.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s