Aukelien Weverling: In alle steden

Aukelien Weverling-In alle steden@9.indd

Volgens mij heeft dit boek niet zo heel veel aandacht gekregen, in tegenstelling tot het eerder besproken Concept M van Aafke Romeijn, terwijl het in zekere zin vergelijkbare boeken zijn. In alle steden speelt ook in de toekomst (een stuk verder dan Concept M) en het schetst eveneens een mogelijke richting waar het op kan gaan in onze samenleving. Op de Boekie Night vertelde Romeijn dat ze haar boek onder verschillende genres schaart, waaronder science fiction, deels omdat ze merkte dat ze dan een breder publiek aansprak: sommige vrienden van haar lezen veel Amerikaanse science fiction en zijn normaal gesproken niet genegen om Nederlandstalige literatuur te lezen, maar door dat label erop te plakken werd haar boek ook voor hen interessant. Die mensen moeten zeker ook In alle steden lezen.

Het allerknapste aan dit boek is niet eens zozeer het verhaal, maar de stem en dan voornamelijk de taal van de hoofdpersoon. Die hoofdpersoon, Bennie, is zijn baan kwijt, wat in de samenleving van dan betekent dat hij ook zijn huis kwijt is en moet terugverhuizen naar wijk F, waar hij oorspronkelijk vandaan komt. In de maatschappij in het boek, waar het Verenigd Christendom de staatsreligie is, zien we net zo’n scheiding van wijken als in bijvoorbeeld The Hunger Games, waarin één wijk de rijkste en schoonste is. In die wijk mag (!) Bennie een poos kerstbomen verkopen, met een nachtwachtfunctie, zodat hij een lekker kacheltje tot zijn beschikking heeft.

Dat is meteen de teneur van de roman: Bennie is iemand die meer in zijn mars heeft dan eruit komt, maar hij telt zijn zegeningen. Ondanks zijn armoedige achtergrond heeft hij het dan niet tot architect maar wel tot journalist weten te schoppen, maar op den duur kan hij de hypocrisie niet meer aan en schrijft hij de waarheid op. Nu is hij dus weer terug bij af, en die teruggang valt hem zwaar, maar hij blijft onveranderd blij met elk meevallertje.

In de loop van het boek lezen we over Bennies jeugd. Over zijn vader die ook ooit journalist was en zo trots is als het erop lijkt dat Bennie het verder zal gaan schoppen. Zijn moeder voor wie in wijk C zo goed werd gezorgd, maar die nu ook terug is in de F-wijk. Bennie zou mantelzorger voor haar moeten zijn, maar vanwege uitstelgedrag en omdat hij eigenlijk niet wil zien waar ze nu terechtgekomen is komt het daar niet van. Bennie probeert waar hij maar kan de handen uit de mouwen te steken en drinkt daarna graag drankjes in de kroeg, al dan niet op kosten van anderen. Maar hij deelt ook weer als het hem goed gaat.

Het hele verhaal wordt verteld in Bennies woorden, en die woorden zijn wat dit boek het bijzonderst maken. In de meeste toekomstverhalen worden veel ontwikkelingen en veranderingen besproken, maar de taal waarin het verhaal verteld wordt is meestal die van het moment van schrijven. Maar bij Weverling niet: de taal van Bennie is niet die van ons. Bennies taal bevat veel spreekwoorden en uitdrukkingen, net een beetje verbasterd vanuit de onze. Zijn zinsconstructies zijn ook net een beetje anders, maar wel zo dat je je kunt voorstellen dat ze ooit zo uit onze spreektaal tevoorschijn kunnen komen. En het knappe is: het voelt helemaal niet onnatuurlijk, en Weverling komt hier zeer consequent in over (al heb ik het niet gedetailleerd uitgezocht). Ondanks die ongebruikelijke taal leest het verhaal toch prettig en niet ingewikkeld. En haar aanpak is wel terecht, natuurlijk: ook de taal zal evolueren in de toekomst. Het is een gedurfde stap om dat een heel boek lang vol te houden, maar dat doet Weverling overtuigend. Erg knap!

In de wekelijkse column van ons staatshoofd werd gesproken over het omhoogtrekken van de moraal van de gehele natie, want dat goede moed zo ongeveer het belangrijkste was wat een mens kon overkomen en of we het maar even uit onze schoenen wilden trekken, want niks zo belangrijk als een volk met een hoge moraal en dat er dus aan het eind van de week vuurwerk zou zijn.
En god, daar kon ik me op verheugen hè, vuurwerk, want dat was echt wat anders, en zo vaak had ik het nog niet mogen meemaken met de milieuwetten streng als ze waren. Geweldig vond ik dat, vooral als je helemaal aan het begin van de kade stond en je dat bootje in de gaten kon houden waar vanaf ze het zo de lucht in schoten, al die schitterende kleuren en uit de ene bol kwam weer een andere tevoorschijn en zo buitelde het over elkaar heen als dronken klaprozen op een staatsfeestdag. Het knetterde en gierde dat het een aard had en je kon niet stoppen met kijken en haalde je neus vol kruitdampen terwijl je zag hoe de lucht zich vulde met de kleuren van de dag.
Matthedeus gebaarde om de rekening. Het chagrijn was in hem geschoten en hij ging ervandoor, waardoor ik afgesloten werd van verder bier, maar ik was er mooi niet sip om.
Vuurwerk, dat zag je nou echt niet elke dag en dat ik haast niet wachten kon tot het eind van de week. Ik was zelfs even blij dat het me geen betrekking gaf om naartoe te gaan, want zo kon ik in de middag al naar de kade om me een mooi plekje uit te zoeken. Ik zou misschien een tas mee kunnen nemen met daarin wat eten en drinken, ik had nog een appel liggen en dat oudje van boven aan de trap had gezegd dat ze dat zware roggebrood dat ze haar bij de bank gaven niet kon hebben met haar maag dus dat kon ik ook inpakken als het lukte me vrij te maken voor een bezoek en misschien dat ik ook een kleine deken meepakte van het bed, want het kon gemeen koud zijn zo ’s avonds aan het water.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s