Maggie O’Farrell: This must be the place

maggieofarrellthismustbetheplace

Ik las van O’Farrell eerder The vanishing act of Esme Lennox, The hand that first held mine en Instructions for a heatwave (dat ik hier niet besproken heb, omdat ik ze tamelijk snel achter elkaar gelezen had en ik nog een bespreking niet zoveel vond toevoegen, want ik vond de andere twee net wat beter).

This must be the place is recenter dan de andere drie. Ook in dit boek plaatst een verzwegen gebeurtenis van lang geleden de zaken in een ander perspectief, maar in dit boek is dat niet allesbepalend. Een ander verschil is dat O’Farrell nog wat meer speelt met sprongen in de tijd, zoveel zelfs dat boven elk hoofdstuk staat over wie het gaat en waar en wanneer het zich afspeelt. Dat is niet overbodig: het verhaal springt van Engeland en Ierland naar de VS en zelfs even naar Zuid-Amerika, India, China, enzovoorts, in de tijd omvat het gebeurtenissen van 1986 tot 2016. O’Farrell speelt ook meer met de vorm, zo is één hoofdstuk een veilingcatalogus.

In feite lezen we in dit boek over het leven van Daniel. Als we hem ontmoeten in 2010 leeft hij, getrouwd met de teruggetrokken ex-actrice en filmmaakster Claudette, in een afgelegen huis in Ierland. Claudette is lang geleden plotseling van de aardbodem verdwenen en wil niet gevonden worden. Daniel heeft haar ontmoet toen hij in Ierland was om de as van zijn decennia geleden overleden grootvader op te halen, hij zag haar zoon aan de kant van de weg zitten en stopte om te vragen of er iets aan de hand was. Samen hebben ze nog twee kinderen gekregen.

Daniel heeft ook een verleden: hij is eerder getrouwd geweest en ook uit dat huwelijk heeft hij twee kinderen, die hij al tien jaar niet gezien heeft, Niall en Phoebe. Hij mist hen ontzettend en heeft alles gedaan wat wettelijk kon om contact te houden, maar dat is niet gelukt. Er zijn ook hoofdstukken over Niall en Phoebe op verschillende leeftijden en op verschillende plekken.

Maar ook daarvóór heeft Daniel nog iets meegemaakt, en dat verleden komt plotseling keihard bij hem binnen als hij in een radio-programma opeens de stem hoort van zijn ex-vriendin, in een opname uit 1986. Hij kan de herinnering opeens niet meer loslaten, en gaat uitzoeken wat er toen precies gebeurd is.

Ik vind de stijl van O’Farrell heel prettig. Doordat je de gebeurtenissen door de ogen van verschillende personages ziet, heb je een brede blik op het geheel en zie je de personages ook van verschillende kanten: vanuit hun eigen hoofd en goede bedoelingen, maar je ziet ook hoe ze overkomen op anderen. De sfeer wordt goed neergezet, de beschrijvingen van Los Angelos of India voelen echt anders dan die van Londen of Ierland.

Af en toe geeft de alwetende verteller ook nog even een vooruitblik van het type: Daniel wist op dat moment nog niet dat… Dat zou storend kunnen zijn, maar dat was het juist niet, het voelde eerder liefdevol: het is maar goed dat Daniel nu nog niet weet wat hem allemaal te wachten staat.

Thema’s die belangrijk waren in de andere boeken van O’Farrell, zoals zelfstandige en zelfbewuste vrouwen, kinderen krijgen, geheimen uit het verleden, overlijden van geliefden, komen ook in dit boek terug. De hoofdstukjes zijn eigenlijk snapshots, het zijn momentopnamen van gebeurtenissen in de levens van Daniel en zijn naasten. Hierdoor krijg je een compleet beeld van zijn leven met alles wat daarbij hoort: ouders, kinderen, relaties, ervaringen, onverstandige keuzes, spijt, maar ook juiste keuzes, lieve mensen, en thuiskomen.

‘He called you?’ I say. ‘How? I mean, when?’
‘Today. This morning. He was in the States, in New York, he said, for the first time in years, and he decided on the spur of the moment to get a flight down here.’
I turn to look out of the windshield. A woman is crossing the road with a bicycle. The bicycle is white and its turning spokes glitter in the sun. How simple, how elegant her life looks to me: to be wheeling a bike, in the sun, in a yellow dress. ‘Why?’ I hear myself ask.
‘To see us.’
The woman with the white bicycle has reached the opposite side of the road. I see that she has a dog in a basket at the front. The dog looks out, tongue hanging loose, ears pricked. I am consumed with a sharp longing to be that woman. I want her life, her dress, her dog. I want to be thirty and have a bike with a basket – what is the word for that kind of basket, there is one, I know – and be pedalling home to an apartment with long white curtains and bowls of flowers and a husband who loves me. I want to be over all this, to be past it, to be safe and unreachable in adulthood.
‘When?’ I say, at the same time as the word ‘wicker’ arrives in my head, like a train at a station. Wicker, I think, with relief. The word is wicker.
Niall is polishing his glasses on his too-small T-shirt. He puts them on; he pushes them up his nose. He tilts his head towards the coffee shop outside the car and I begin to understand, to read the situation, so I almost don’t need to hear it when he says, ‘Now.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s