Revka Bijl: Gapen onder water

revkabijlgapenonderwater

Ik ging dit boek lezen omdat Revka Bijl vorige week naar de Boekie Night kwam, de maandelijkse boekentalkshow van Wim Daniëls in Eindhoven. Ik twijfelde erg of ik het zou gaan lezen: het leek me op het eerste gezicht een beetje een clichéverhaal. Het gaat namelijk over een jonge vrouw die net afgestudeerd is in een studie waar geen werk in te vinden is, daarom allerlei losse baantjes heeft en in een koffiebar sollicitatiebrieven verstuurt.

Toch besloot ik het te gaan doen, en dat was terecht. Waar het thema wat cliché lijkt, is de invulling dat helemaal niet. Het thema is eigenlijk algemener: een jonge vrouw heeft het gevoel dat ze op de een of andere manier de gebruiksaanwijzing van het leven niet gekregen heeft, dat ze allerlei regeltjes die andere mensen vanzelf lijken te snappen niet helemaal aanvoelt.

Terwijl Veda in de koffiebar zit, ziet ze elke week een meisje van een jaar of elf door haar moeder afgezet worden bij de muziekschool ertegenover. Het meisje gaat echter niet naar binnen, maar blijft met haar vioolkoffer op de trap zitten tot haar moeder haar weer komt halen. Na een tijdje spreekt Veda haar aan en er ontstaat een wat onwaarschijnlijke vriendschap, die wel goed werkt voor allebei.

Veda woont samen met twee huisgenoten, Nina en Phebe. Zij zijn allebei wel heel succesvol: ze hebben een traineeship bij een bekend bedrijf, werken hard, kopen dure spullen. Nina is Veda’s schoolvriendin, vroeger waren ze twee handen op één buik, maar tegenwoordig trekt Nina meer met Phebe op. Die situatie wordt pijnlijk en knap beschreven.

Na een tijdje krijgt Veda toch een baan, via een oom van Nina. Het is een simpel ondersteunend baantje en weinig opbeurend. De sfeer en omgangsvormen in het bedrijf zijn zowel treurig als hilarisch om te lezen. Veda’s kantoorgenoot Marja draagt haar precies op wat ze moet doen, en eigenlijk zitten ze elkaar de hele dag vooral op elkaars zenuwen te werken. Een treffend detail vond ik dat Veda haar werk uiteraard niet interessant en de omgeving niet erg motiverend vindt, maar dat ze er na een tijdje zo aan gewend is dat ze een beetje van slag raakt als een collega opmerkt dat het niet echt een inspirerende omgeving is: dat juist zo’n man haar daar op moet wijzen!

De vriendschap met Kyra blijft een rode draad in het boek. Het perfect lijkende leven van Kyra en haar moeder vertoont ook snel wat scheuren. Kyra heeft haar nodig, maar zodra Veda zich ermee bemoeit gaat het mis. Beiden halen ze er iets uit, hoe ongebruikelijk deze vriendschap tussen mensen met zo’n verschillende leeftijden ook is. Ze gaan samen naar McDonalds, Veda helpt Kyra met huiswerk, ze schrijven brieven die Kyra bij willekeurige en minder willekeurige mensen bezorgt om ze op te vrolijken.

Ik vind het een knap geschreven boek, de personages raakten me. Veda’s vervreemding van de dingen en mensen om haar heen is heel invoelbaar en roept ook vragen op. Hoe belangrijk is succes nou eigenlijk, hoeveel ambitie zou je moeten hebben? Wanneer ben je volwassen? Hoe afhankelijk mag je zijn van anderen? Waarom mag je als volwassen vrouw eigenlijk geen vrienden zijn met een meisje van elf? Wat is normaal en waarom is dat zo belangrijk? Daarnaast zit er veel humor in, vooral in de droge maar rake beschrijvingen van situaties en van hoe de dingen zijn.

Mijn banksaldo is 23 euro en in mijn portemonnee zit nog een tientje, weet ik uit mijn hoofd.
“Even kijken of ik kan,” zeg ik om de indruk te wekken van een druk bestaan. Ik blader wat door het tijdschrift dat naast me op tafel ligt. “Ja, dat moet wel lukken,” zeg ik.
“Fijn,” zegt de vrouw van de universiteit, “het is nogal last minute allemaal, maar ik merk dat het de laatste jaren eenvoudiger is geworden om afgestudeerden te vinden voor de open dagen, niet alleen bij de geesteswetenschappen hoor, het is echt faculteitsbreed.”
“Hoe komt dat?” vraag ik.
“Moeilijk te zeggen,” antwoordt ze, “het maakt mijn werk in elk geval een stuk minder stressvol. Hoe dan ook, ik stuur je even een e-mail met de details.”
We hangen op. Werkenden komen in aanraking met werkenden, lummelaars met lummelaars. Ik ontmoet geen werkenden, en zij heeft een vijver vol tobberige afgestudeerden om uit te vissen. Als koikarpers in de vijver van een afhaalrestaurant zwemmen we maar wat rond. Dat is wat ik had moeten zeggen tegen deze vrouw. Ik had moeten zeggen dat haar baan makkelijker is geworden omdat niemand werkelijk om mijn generatie geeft. Wijzelf ook niet.
Ik app Nina om te vragen of ze thuis eet. Ze stuurt een bericht terug dat ze moet overwerken. Ik staar nog een poosje naar buiten, naar de muziekschool. Kinderen met instrumenten op hun rug rennen naar binnen. Ik had het ook wel gewild, een instrument leren spelen, en ik had het ook wel gemogen. Het enige is dat ik het nooit heb gevraagd. Steeds vaker herinner ik me momenten waarop ik iets had gewild maar het simpelweg niet kenbaar maakte. Alsof ik een memo heb gemist die anderen wel ontvingen. Een memo waarin uitgelegd stond dat je alleen maar hoeft te zeggen wat je wilt en dat de rest daarna komt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s