Hanneke Hendrix: Aswoensdag

hannekehendrixaswoensdag

Een passende titel voor vandaag! In dit boek keert Marit noodgedwongen terug naar het fictieve dorp Sint Nazareth Aan de Woestijn (“Sint Naaz”) in Noord-Limburg, waar haar moeder Stans woont. Ze heeft haar jaren niet gezien en heeft daar nog steeds geen behoefte aan, maar het gaat niet goed met haar moeder: die heeft alzheimer en de situatie is onhoudbaar geworden voor de buurvrouw en de officieuze buurtregisseur Rudy.

Marit woont al sinds haar studietijd in een stad aan zee, ze woont samen met Maarten. De laatste keer dat ze haar moeder zag, haar vader was kort daarvoor overleden, spraken ze af in een warenhuis ergens in het midden.

“Zorg je wel goed voor jezelf?” vroeg ze. “Zorgt hij wel goed voor je? Hij moet je serieus nemen. Jullie leven nog als studenten.”
“Ik ben net een jaar afgestudeerd.”
“Geen trouwplannen, geen kinderplannen, geen fatsoenlijk huis.”
“Wat weet jij nou van mijn huis? Je bent er nooit geweest.”
“Ik vind dat reizen eng, dat zeg ik net, dat weet je best.”

Marits moeder blijkt veranderd. Ze is veel toegankelijker, laat zich aanraken, knuffelt Marit, zegt dingen over vroeger. En dat vroeger heeft grote invloed gehad: toen ze een klein meisje was zijn al haar broers verongelukt bij een mijnongeluk. Dat heeft een groot stempel gedrukt op haar leven.

Nu komt ook de tijd van daarvoor weer terug in haar hoofd, en Marit ziet een heel andere kant van haar. Maar ze is ook verward, loopt steeds weg, loopt steeds weer naar de oude mijn die al lang gesloten is (in Noord-Limburg waren geen mijnen, maar in dit boek dus wel), prevelt over een luik in de vloer in de keuken.

Een andere verhaallijn gaat over Marits kinderwens. Ze zit in een ivf-traject, maar dat legt grote druk op haar relatie met Maarten. Ze reageren pinnig op elkaar, zijn elkaar langzaam aan het kwijtraken. Daarmee wordt dat terugtrekken in haar eigen en haar moeders geschiedenis ook een vorm van escapisme. Marit belt haar werk niet terug, verzorgt zichzelf niet meer zo goed, kruipt bij haar moeder in bed.

Ze laat iemand de oude jukebox in de voorkamer repareren, en de tijd van voor het ongeluk keert zo echt terug voor Stans. En dan is het carnaval, Marit en haar moeder worden door Rudy en wat andere mensen mee op sleeptouw genomen, het feestgedruis in. Een feest van melancholie, loutering, elkaar weer vinden, en daarvoor maakt het eigenlijk niet uit dat je veel dingen niet meer weet.

Zo heb je iemand nog nooit van je leven gezien, zo sta je tegen iemand je hele levensverhaal te vertellen. In Limburg gaat het niet alleen om het zuipen en zingen ze nooit van “Ik heb een zachte g, maar ook een harde l” of “Hé Jacqueline, waar is de vaseline?” Hier zingen ze over de straten van verdriet, over hoe eenzaam een mens is. Det bröske det ich veur dich koch, waas det neet deur genôg?

Er wordt hier en daar ook dialect gesproken in het boek. Eigenlijk de hele tijd lijkt me, maar af en toe staat het ook letterlijk in de tekst. Dat voelt soms een beetje gek, maar zo is daar een middenweg in gekozen: de liedjes en af en toe wat losse zinnen zijn in het dialect opgeschreven, de rest van de dialogen in het Nederlands. Dat moet natuurlijk ook om de leesbaarheid te bevorderen.

De aswoensdag, de dag na carnaval die het begin is van de vastentijd, heeft een symbolische functie in het boek. De as die wordt bijgezet op het kerkhof (“Wie laat zijn as nou bijzetten op vasteloavesmoandaag? Welke gek?”), de as in de mijn. Een dag van bezinning en, in dit boek, van een ommekeer.

Ik kom ook uit Noord-Limburg, in mijn dorp was het dialect meer Brabants, al ken ik de dialecten uit de buurt natuurlijk ook, bijvoorbeeld omdat ik een eindje verderop op school zat. Dat is dus voor mij herkenbaar. Ook het dorpsleven herken ik uit mijn jeugd, hoe iedereen elkaar in de gaten houdt en alles van elkaar weet (wat positief en negatief kan zijn), hoe mensen na veertig jaar nog steeds “import” zijn als ze daar niet zijn geboren. Carnaval was nooit zo mijn ding, maar de sfeer wordt mooi beschreven.

Het boek beschrijft zeventien belangrijke dagen in de levens van Marit en Stans. De lijnen over Marits heden, Stans’ verleden, en hoe dat verleden hun relatie heeft beïnvloed komen mooi bij elkaar in deze bijzondere periode.

2 gedachten over “Hanneke Hendrix: Aswoensdag”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s