Pauline Slot: Dood van een thrillerschrijfster

paulineslotdoodvaneenthrillerschrijfster

Een boek over schrijvers en schrijven. Dat soort boeken zijn er natuurlijk een heleboel, mensen schrijven tenslotte over wat ze kennen en nou ja, het schrijven is wat schrijvers kennen. Selma Hoogstins is schrijfster van literatuur en ze heeft een paradijselijk huis in Griekenland waar ze schrijfretraites organiseert. Mensen komen een weekje, krijgen rust, een fantastisch uitzicht over een baai, heerlijk eten en schrijfcoaching. En daar komen uiteraard alle denkbare schrijftypes op af.

De beroemdste gast deze week is thrillerschrijfster Esther Noordvlucht, je kunt wel raden op welke schrijfsters zij gebaseerd is. Selma kijkt neer op haar stijl, uit nieuwsgierigheid gaat ze dan toch die beroemde literaire thriller De Vinex-club maar lezen, en zo krijgen wij als lezer de plot in een paar alinea’s voorgeschoteld. Maar Esthers verkoopcijfers zijn jaloersmakend.

Selma heeft haar huis zelf gekocht toen het nog een bouwval was, samen met Stephen, de man die ze daarna ontmoette, heeft ze de boel opgeknapt, en eigenlijk doet Stephen dat nog steeds. Hij klinkt als de ideale man en veel verder ontwikkelt hij zich niet in het verhaal, al lijkt hij soms net wat minder Selma’s kant te kiezen dan normaal.

Doorgaan met het lezen van “Pauline Slot: Dood van een thrillerschrijfster”

Marijke Schermer: Mensen in de zon

marijkeschermermensenindezon

Marijke Schermer stond de laatste tijd in de belangstelling met haar nieuwste boek, Liefde, als dat het is, dat op de shortlist staat voor de Libris Literatuurprijs 2020. Maar toen ik haar boeken een beetje bekeek op Goodreads en zag dat in haar debuutroman Mensen in de zon een van de personages een vrouwelijke wiskundige is, besloot ik eerst dat boek te gaan lezen.

Het boek gaat over een uit elkaar gevallen vriendengroep. Ze waren close in hun studententijd, toen ze wekelijks bij IJsbrand, een wat oudere man, en zijn vriend gingen eten met elkaar. Ze waren veelbelovend: Clara als wiskundige, Leo als pianist, Max als kunstschilder, Stella als kunstenaar en Vik als schrijver. Na een tragische gebeurtenis is de groep uit elkaar gevallen.

Nu is het vele jaren later en is er van die beloftes een deel uitgekomen en een deel ook niet. Plotseling krijgen ze allemaal een telefoontje van IJsbrand, die hen allemaal uitnodigt voor een reünie, die hij liever “reconstructie” noemt. Dat pedante karakteriseert de groep en hun bijeenkomsten wel: ze hadden het over kunst, filosofie, literatuur, boden tegen elkaar op in scherpte, citaten en gelezen boeken.

Doorgaan met het lezen van “Marijke Schermer: Mensen in de zon”

Wim Daniëls: Quarantaine

wimdanielsquarantaine

Een tijdje geleden las ik deze aankondiging op de Facebookpagina van Wim Daniëls, hij schreef dit op 21 april:

Het kwam zo. De coronacrisis was uitgebroken. Het was middag. 43 voordrachten die ik in de loop van maart, in april, mei en juni zou gaan houden, waren geschrapt. We zaten met z’n vieren aan tafel. Dat was er één te veel. ‘Als jij nou eens een roman gaat schrijven’, zei iemand. Ik zei (als variatie op een grapje over Simenon): ‘Maar wat moet ik dan vanavond doen?’

Maar die roman. Ik begon eraan. En nu is hij klaar. Hij ligt nog niet in de winkel, want hij moet nog gedrukt worden, maar uiterlijk 14 mei is-ie er.

Ik was niet per se van plan dit boek meteen te kopen, een snel geschreven boek is niet per se een goed boek, en vooral: ik had niet per se behoefte aan meer lezen over corona, daar lees ik al genoeg over. Maar ik ken Wim Daniëls een beetje van zijn maandelijkse Boekie Nights (ook afgelast) en hij zat lekker in de zon aan een tafeltje te signeren bij lokale boekhandel Van Piere toen ik daar een ander boek kwam afhalen, dus maakte ik een praatje met hem en kocht meteen zijn boek toch maar. Want ja, zowel schrijvers als boekhandels kunnen wel wat steun gebruiken en een nieuw boek is nooit weg.

Doorgaan met het lezen van “Wim Daniëls: Quarantaine”

Eva Meijer: De nieuwe rivier

evameijerdenieuwerivier

Als je mijn blog vaker leest, weet je al wel dat ik Eva Meijers boeken over het algemeen heel goed vind. Ik schreef hier eerder onder andere over Het vogelhuis en Voorwaarts. Meijer zou eigenlijk 14 maart aanwezig zijn bij een literaire avond in Eindhoven, waar ik woon, maar dat werd helaas afgelast.

Het is overigens ook de moeite waard om Meijer te volgen op haar weblog, daar plaatst ze elke dag een kort stukje of foto. Ze is sowieso ontzettend productief en divers: ze schrijft romans, essays en non-fictie, promoveerde cum laude in de filosofie, schrijft columns voor Trouw, maakt kunst en muziek. Dieren zijn belangrijk voor Meijer, in haar persoonlijke leven maar ook in het algemeen. Uit haar romans blijkt wel dat ze vindt dat wij de wereld delen met de dieren en dat mensen net zo goed dieren zijn, en dat we andere dieren dus veel beter zouden moeten behandelen. Haar proefschrift gaat dan ook over dierentalen, hoe soorten onderling communiceren, en over de politieke stemmen van dieren.

Toen Meijers nieuwe boek werd aangekondigd, weer een heel ander soort boek dan haar eerdere boeken, én bij een andere uitgever (Das Mag in plaats van Cossee), was ik heel benieuwd. Het boek wordt in de aankondiging een “eco-thriller” genoemd. Ik vind het eco-aspect beter uit de verf komen dan het thrilleraspect. Het verhaal gaat over het dorp Koraalboom in een fictief land, uit de context blijkt wel dat het waarschijnlijk ergens in Zuid- of Midden-Amerika ligt. Door dat dorp is plotseling een onvoorspelbare rivier gaan stromen. Bruggen bouwen gaat nauwelijks, want een poosje later loopt de rivier weer anders. Soms stroomt hij rustig, soms komt er veel water tegelijk en overstroomt hij. De rivier is ontstaan doordat de natuur is uitgeput door mensen: er zijn veel bossen gekapt voor de sojateelt.

Doorgaan met het lezen van “Eva Meijer: De nieuwe rivier”

Håkan Nesser: De vereniging van linkshandigen

hakannesserdeverenigingvanlinkshandigen

Het was een hele tijd geleden dat ik iets van Nesser las. Zijn twee series, over de inspecteurs Van Veeteren en Barbarotti, heb ik geloof ik allebei wel ongeveer helemaal gelezen, maar dat blijkt ongeveer zeven jaar geleden te zijn en toen las ik er een heleboel achter elkaar. Ik moet toegeven dat ik daar niet bijster veel van onthouden heb, behalve dat ik ze wel leuk vond. Maar nu had ik wel zin in zo’n soort boek en je moet de lokale boekhandel toch steunen in deze tijd houd ik mezelf maar voor, dus kocht ik zijn nieuwste boek.

Het boek springt in de tijd. Het begint in Oosterby en omgeving, waar in 1957-1958 verschillende linkshandige kinderen door hun juf gedwongen worden elke dag een vieze handschoen te dragen om hun linkerhand, zodat ze met rechts leren schrijven. Twee van die kinderen richten “de vereniging van linkshandigen” op, later komen daar nog wat andere leden bij, en in hun puberteit heeft de club een soort clubhuis waar ze samenkomen om muziek te luisteren en te drinken.

Doorgaan met het lezen van “Håkan Nesser: De vereniging van linkshandigen”

Frances Hodgson Burnett: The secret garden

franceshodgsonburnettthesecretgarden

Dit is een ultieme klassieker natuurlijk! Ik heb het boek in het Nederlands gelezen toen ik klein was en heb herhaaldelijk de film gezien, voor mijn gevoel was die in de jaren ’80 altijd op tv in de kerstvakantie, maar misschien overdrijft mijn geheugen hier een beetje.

Het boek kwam uit in 1911, maar is nog steeds goed leesbaar en toegankelijk. Het verhaal is bekend genoeg: Mary Lennox, die tot nu toe in India woonde, tot op het bot verwend (door bedienden), verwaarloosd (door haar ouders) en verweesd (door de cholera), wordt naar Engeland gebracht om bij haar oom in een groot landhuis te gaan wonen. Die oom laat zich ook al niet erg veel aan kinderen gelegen liggen en is meestal weg, dus ook nu wordt Mary verzorgd door bedienden, maar het meisje dat het meest voor haar zorgt is van een heel ander type: ze heeft zelf een hele lading broers en zussen en een hardwerkende moeder, en ze vindt het belachelijk dat Mary niet eens zichzelf aan kan kleden. En ze stuurt Mary naar buiten, de tuin in.

Doorgaan met het lezen van “Frances Hodgson Burnett: The secret garden”

Sanneke van Hassel: Nederzettingen

sannekevanhasselnederzettingen

Ik lees liever romans dan korte verhalen, vooral omdat ik liever wat langer opga in hetzelfde verhaal dan dat ik steeds weer van situatie moet veranderen. Maar soms vind ik een verhalenbundel lezen ook leuk, en zeker die van Sanneke van Hassel. Ook haar nieuwste bundel Nederzettingen viel niet tegen!

Wat Van Hassels verhalen zo goed maakt is dat ze met weinig woorden een heel personage neer kan zetten. De situatie is relatief overzichtelijk, maar meer dan een plot beschrijft ze een persoon, een plek, of het samenspel tussen plek en persoon.

Het eerste verhaal, In onze straat, confronteert de hoofdpersoon met haar vooroordelen: een Marokkaanse jongen heeft schade aan zijn scooter nadat een vriendje van haar buurjongetje een bal de straat opschoot. Ze voelt zich verantwoordelijk om de situatie op te lossen, om te laten zien dat het kán, met zoveel culturen vreedzaam samenleven. Tussen de regels door staan de overwegingen en reflecties van de schrijfster, de hoofdpersoon, op haar eigen drijfveren en verwachtingen. En dan de anticlimax. Prachtig.

Doorgaan met het lezen van “Sanneke van Hassel: Nederzettingen”

Jeroen Windmeijer: Het Petrus mysterie

jeroenwindmeijerhetpetrusmysterie

Zo af en toe vind ik een Da Vinci Code-achtige thriller wel lekker. Deze ben ik voornamelijk gaan lezen omdat hij in Leiden speelt. Ik heb daar vijftien jaar gewoond en kom er nog af en toe omdat ik het zo’n leuke stad vind, dus een boek waarin die stad een grote rol speelt vind ik alleen daarom al leuk.

Hoofdpersoon Peter de Haan is archeoloog. Precies op het moment dat studente Judith Cherev in zijn kantoor over haar scriptievoorstel wil praten, belt een collega op: er is een spectaculair viziermasker gevonden bij een opgraving op de plek waar de nieuwe wijk Roomburg gebouwd zal gaan worden. Het is 2 oktober 1996, de avond waarop de festiviteiten rondom het Leids Ontzet op 3 oktober losbarsten in de binnenstad. Als Peter en Judith bij de opgraving komen, zien ze iemand wegrennen en ze vinden Thomas, de archeoloog, met een hoofdwond op de grond.

Peter gaat een huis zoeken om de hulpdiensten te kunnen bellen (het bestaan van mobiele telefoons heeft bepaalde aspecten in thrillers tegenwoordig onmogelijk gemaakt, misschien laat Windmeijer het boek daarom in 1996 spelen?) en ondertussen prevelt Thomas nog wat tegen Judith, waarna ze een mooi ivoren kistje vindt. Ze stopt het snel in haar zak en daarna komt de ambulance.

Doorgaan met het lezen van “Jeroen Windmeijer: Het Petrus mysterie”

Tonke Dragt: De torens van februari

tonkedragtdetorensvanfebruari

Dit boek is een van mijn favoriete boeken. Schrikkeldag (vandaag!) speelt een belangrijke rol, dus juist in een schrikkeljaar lees ik het graag opnieuw. Ik heb het al best vaak gelezen, al weet ik niet meer hoe vaak en ook niet wanneer de eerste keer was, maar dat was ergens in mijn jeugd toen ik het leende uit de bieb.

Het verhaal heeft de vorm van een dagboek, een dagboek van iemand dat Tonke Dragt ontvangen heeft van zijn broer. In het begin weten we nog niet wie het dagboek heeft geschreven, sterker nog, de persoon die het dagboek schrijft weet zelf niet meer wie hij is. Zijn geheugen begint op een verwarrend moment op het strand, waar hij opeens staat, zijn rechterschoen aan zijn linkervoet en andersom, zijn voetsporen komen uit de zee maar op het randje van zijn broek na is hij droog.

Hij is de duinen ingelopen, en na een tijd komt hij bij twee vreemde torens uit, die hem tegelijk vreemd en bekend voorkomen. Bij de torens hoort een torenwachter, meneer Avla, en die neemt hem onder zijn hoede, geeft hem eten, moedigt hem aan in zijn dagboek te schrijven. Meneer Avla heeft zelf een kist met papieren en lijkt meer te weten dan hij zegt. Hij geeft hem ook een naam, Tim.

Iemand anders die interesse in hem toont is Jan Davit, een man die hij op zijn eerste dag al tegenkwam, en uiteindelijk neemt Jan hem op in zijn huis, waar ook dochter Téja en hond (ook) Téja wonen. Téja is veertien, ongeveer van Tims leeftijd (maar ook die weet hij natuurlijk niet). Hij gaat met Téja mee naar school, een fijne plek waar je dingen kunt leren, hoewel hij eerst andere associaties had bij dat woord. Jan vindt dat Tim gewoon moet blijven, hij kan zich voordoen als hun neef uit Atlantis. Maar Tim kan het niet laten te zoeken naar wat hij vergeten is, naar wie hij is. En daarvoor moet hij toch terug naar de torenwachter, want die leek meer te weten.

[hieronder staan enkele spoilers in de tekst]

Doorgaan met het lezen van “Tonke Dragt: De torens van februari”

Hanneke Hendrix: Aswoensdag

hannekehendrixaswoensdag

Een passende titel voor vandaag! In dit boek keert Marit noodgedwongen terug naar het fictieve dorp Sint Nazareth Aan de Woestijn (“Sint Naaz”) in Noord-Limburg, waar haar moeder Stans woont. Ze heeft haar jaren niet gezien en heeft daar nog steeds geen behoefte aan, maar het gaat niet goed met haar moeder: die heeft alzheimer en de situatie is onhoudbaar geworden voor de buurvrouw en de officieuze buurtregisseur Rudy.

Marit woont al sinds haar studietijd in een stad aan zee, ze woont samen met Maarten. De laatste keer dat ze haar moeder zag, haar vader was kort daarvoor overleden, spraken ze af in een warenhuis ergens in het midden.

“Zorg je wel goed voor jezelf?” vroeg ze. “Zorgt hij wel goed voor je? Hij moet je serieus nemen. Jullie leven nog als studenten.”
“Ik ben net een jaar afgestudeerd.”
“Geen trouwplannen, geen kinderplannen, geen fatsoenlijk huis.”
“Wat weet jij nou van mijn huis? Je bent er nooit geweest.”
“Ik vind dat reizen eng, dat zeg ik net, dat weet je best.”

Marits moeder blijkt veranderd. Ze is veel toegankelijker, laat zich aanraken, knuffelt Marit, zegt dingen over vroeger. En dat vroeger heeft grote invloed gehad: toen ze een klein meisje was zijn al haar broers verongelukt bij een mijnongeluk. Dat heeft een groot stempel gedrukt op haar leven.

Doorgaan met het lezen van “Hanneke Hendrix: Aswoensdag”