Frances Hodgson Burnett: The secret garden

franceshodgsonburnettthesecretgarden

Dit is een ultieme klassieker natuurlijk! Ik heb het boek in het Nederlands gelezen toen ik klein was en heb herhaaldelijk de film gezien, voor mijn gevoel was die in de jaren ’80 altijd op tv in de kerstvakantie, maar misschien overdrijft mijn geheugen hier een beetje.

Het boek kwam uit in 1911, maar is nog steeds goed leesbaar en toegankelijk. Het verhaal is bekend genoeg: Mary Lennox, die tot nu toe in India woonde, tot op het bot verwend (door bedienden), verwaarloosd (door haar ouders) en verweesd (door de cholera), wordt naar Engeland gebracht om bij haar oom in een groot landhuis te gaan wonen. Die oom laat zich ook al niet erg veel aan kinderen gelegen liggen en is meestal weg, dus ook nu wordt Mary verzorgd door bedienden, maar het meisje dat het meest voor haar zorgt is van een heel ander type: ze heeft zelf een hele lading broers en zussen en een hardwerkende moeder, en ze vindt het belachelijk dat Mary niet eens zichzelf aan kan kleden. En ze stuurt Mary naar buiten, de tuin in.

Doorgaan met het lezen van “Frances Hodgson Burnett: The secret garden”

Tonke Dragt: De torens van februari

tonkedragtdetorensvanfebruari

Dit boek is een van mijn favoriete boeken. Schrikkeldag (vandaag!) speelt een belangrijke rol, dus juist in een schrikkeljaar lees ik het graag opnieuw. Ik heb het al best vaak gelezen, al weet ik niet meer hoe vaak en ook niet wanneer de eerste keer was, maar dat was ergens in mijn jeugd toen ik het leende uit de bieb.

Het verhaal heeft de vorm van een dagboek, een dagboek van iemand dat Tonke Dragt ontvangen heeft van zijn broer. In het begin weten we nog niet wie het dagboek heeft geschreven, sterker nog, de persoon die het dagboek schrijft weet zelf niet meer wie hij is. Zijn geheugen begint op een verwarrend moment op het strand, waar hij opeens staat, zijn rechterschoen aan zijn linkervoet en andersom, zijn voetsporen komen uit de zee maar op het randje van zijn broek na is hij droog.

Hij is de duinen ingelopen, en na een tijd komt hij bij twee vreemde torens uit, die hem tegelijk vreemd en bekend voorkomen. Bij de torens hoort een torenwachter, meneer Avla, en die neemt hem onder zijn hoede, geeft hem eten, moedigt hem aan in zijn dagboek te schrijven. Meneer Avla heeft zelf een kist met papieren en lijkt meer te weten dan hij zegt. Hij geeft hem ook een naam, Tim.

Iemand anders die interesse in hem toont is Jan Davit, een man die hij op zijn eerste dag al tegenkwam, en uiteindelijk neemt Jan hem op in zijn huis, waar ook dochter Téja en hond (ook) Téja wonen. Téja is veertien, ongeveer van Tims leeftijd (maar ook die weet hij natuurlijk niet). Hij gaat met Téja mee naar school, een fijne plek waar je dingen kunt leren, hoewel hij eerst andere associaties had bij dat woord. Jan vindt dat Tim gewoon moet blijven, hij kan zich voordoen als hun neef uit Atlantis. Maar Tim kan het niet laten te zoeken naar wat hij vergeten is, naar wie hij is. En daarvoor moet hij toch terug naar de torenwachter, want die leek meer te weten.

[hieronder staan enkele spoilers in de tekst]

Doorgaan met het lezen van “Tonke Dragt: De torens van februari”

Philippa Pearce: Minnow on the Say

philippapearceminnowonthesay

Ik las eerder dit jaar met veel plezier Tom’s midnight garden, dus ik deed wat ik dan altijd doe: meer boeken van dezelfde schrijver zoeken! Een van die boeken is Minnow on the Say. Een wat cryptische titel. “Minnow” blijkt “voorn” te betekenen (zo zie je maar, ook uit kinderboeken valt van alles te leren), en de Say is het riviertje waar de achtertuin van hoofdpersoon David aan grenst.

Op de dag dat de Say hoger staat dan ooit vindt David een kano bij de aanlegsteiger in zijn tuin. De kano is duidelijk losgeraakt, dus hij gaat op zoek naar de eigenaar. Na een tijdje varen komt hij bij een grote tuin met een oud landhuis en een boze jongen van wie de kano blijkbaar is: Adam. Al snel delen ze het enthousiasme voor de kano en ze gaan hem samen opknappen. Omdat de kano zo vloeiend in het water beweegt noemen ze hem “Minnow”.

De kanotochtjes in deze lange Engelse zomer zijn aanlokkelijk beschreven, maar daar blijft het niet bij. David is een jongen uit een heel normaal gezin met degelijke ouders en een bezorgde moeder (al hoort hij later interessante verhalen over zijn vader toen hij jong was!), een fiets en een krantenwijk, Adam is een wees zonder geld maar met een rijke voorgeschiedenis. In Adams familie (hij woont nu alleen met zijn tante en grootvader in dat oude huis) gaat een verhaal over een verborgen schat! En die kano kunnen ze goed gebruiken om naar die schat op zoek te gaan. Dat doen ze niet uit hebberigheid, maar omdat Adam na de vakantie tegen zijn zin moet verhuizen naar zijn familie in de stad, want zijn tante heeft te weinig geld om nog langer voor hem te zorgen.

Het is een prachtig en tot de verbeelding sprekend verhaal, over kanotochtjes, familie, geschiedenis, overleveringen en raadsels. Een perfect boek om even weg te dromen op een regenachtige middag.

Ellen Raskin: The Westing game

ellenraskinthewestinggame

Net als Tom’s midnight garden is dit een klassieker die ik in mijn jeugd gemist heb, al is dat bij The Westing game wat minder verwonderlijk omdat daar voor zover ik kan zien geen Nederlandse vertaling van verschenen is (maar als ik me vergis hoor ik het graag). Het boek stamt uit 1978.

Ellen Raskin heeft vier kinderboeken geschreven en een heleboel boeken geïllustreerd. Ook voor dit eigen boek ontwierp ze het uiterlijk tot in detail, achterin de editie die ik heb staan verschillende ontwerpen die ze hiervoor maakte.

Het verhaal gaat over een groep mensen die allemaal een brief krijgen waarin hen een appartement in een nieuw gebouw te huur wordt aangeboden. Op wonderlijke wijze passen de appartementen precies bij die mensen, dus ze gaan allemaal op het aanbod in. Het complex ligt aan Lake Michigan, vlakbij het landhuis van de geheimzinnige en teruggetrokken levende miljonair Samuel W. Westing die al jaren niet gezien is.

Doorgaan met het lezen van “Ellen Raskin: The Westing game”

Jan Terlouw: De kloof

janterlouwdekloof

De Kloof was altijd een van mijn favoriete kinderboeken en ik heb het vroeger meerdere keren gelezen, ik vond het ook Terlouws beste boek. Maar toen ik een paar jaar geleden Koning van Katoren herlas, bleek de moraliteit er zo duimendik bovenop te liggen dat het me een beetje irriteerde, en ik werd bang dat ook De kloof bij herlezing zou tegenvallen. Maar op een slome zondagmiddag besloot ik het toch maar te proberen.

Gelukkig greep het boek me opnieuw. Het gaat over Ginder, die met zijn moeder in Bergen woont. Vroeger heette zijn land Berg en Dal, maar vijfenveertig jaar geleden is er op een nacht een grote aardbeving geweest en daarbij is een kloof ontstaan die het land in tweeën heeft gespleten. Letterlijk, dus, maar ook figuurlijk. Vliegtuigen zijn er niet en een brug bouwen is onmogelijk omdat de kloof zo breed is. Aan de ene kant kun je er niet omheen vanwege een hooggebergte, aan de andere kant wel, maar dan moet je veertien dagen op de rug van een kameel door de woestijn. Omdat de universiteiten en dergelijke allemaal in Bergen liggen, heeft Bergen zich veel beter ontwikkeld dan Dal.

Doorgaan met het lezen van “Jan Terlouw: De kloof”

Philippa Pearce: Tom’s midnight garden

philippapearcetomsmidnightgarden

Ik weet niet waarom ik dit boek gemist heb als kind, want toen bestond het ook al (het komt uit 1958) en het is ook in het Nederlands vertaald. Maar ik had nog nooit van deze auteur gehoord tot ik The librarian van Salley Vickers las, waar dit boek een belangrijke rol in speelt.

Na die aanbeveling heb ik het gekocht en ben ik het gaan lezen, en daar ben ik blij om. Het boek gaat over Tom Long, die bij zijn oom en tante moet gaan logeren en niet met anderen in aanraking mag komen omdat zijn broer Peter de mazelen heeft. Tom vindt dat vreselijk: het is bijna zomervakantie en hij had zich zo verheugd op het spelen in de tuin, waar hij met Peter een boomhut wilde gaan bouwen. Zijn oom en tante wonen in een appartement in een gebouw zonder tuin en verder is het leven daar voor een kind ook niet bijster interessant, dus hij gaat er met tegenzin naar toe.

Doorgaan met het lezen van “Philippa Pearce: Tom’s midnight garden”

Gerard Reve: De avonden

gerardrevedeavonden

Een van mijn docenten Nederlands zei ooit over dit boek: “Ga dat maar niet lezen, dat vinden jullie veel te saai.” In mijn studententijd deed ik dat toch. Ik was lid van een culturele studentenvereniging en daar lazen we met een groepje De avonden zoals het hoort, op de laatste tien dagen van het jaar. Daarna ben ik dat af en toe blijven doen, ook dit jaar weer, deze keer samen met mijn ouders en broer.

De avonden bestaat uit tien hoofdstukken en elk hoofdstuk omvat een dag van het leven van Frits van Egters, “de held van deze geschiedenis”. Dat held is meteen al ironisch bedoeld: Frits is allesbehalve een held, en dat geschiedenis is ook niet echt van toepassing omdat het in feite een boek zonder plot is. Maar het boek is allesbehalve saai, juist als je het vaker leest wordt het elke keer grappiger door de manier waarop Reve in detail die donkere dagen rond kerst beschrijft en het subtiele hilarische gedrag van Frits jegens vooral zijn ouders.

Doorgaan met het lezen van “Gerard Reve: De avonden”

Evert Hartman: Buitenspel

everthartmanbuitenspel

Het herlezen van kinderboeken van geliefde schrijvers van vroeger is altijd een risicovolle bezigheid: soms blijkt zo’n boek dat je vroeger prachtig vond nog steeds prachtig (en mijn ervaring is dat ik er in zo’n geval ook meteen weer helemaal in zit), en soms blijkt dat een boek dat je vroeger mooi vond niet meer helemaal voldoet aan je volwassen visie op stijl, opbouw, enzovoort.

Dit boek viel meer in de tweede categorie, al vond ik dit vroeger ook al niet het beste boek van Hartman. Het verhaal gaat over Floris, die zich anders voelt dan zijn klasgenoten. Hij houdt van lezen en niet van sporten, en hij weigert water bij de wijn te doen. Als zijn klasgenoten zeuren over dat iets teveel werk is, of het onterecht vinden dat ze een onvoldoende krijgen als ze niet geleerd hebben, vindt hij dat maar onzin. Hij doet zijn best op school en leest veel omdat hij later toneelspeler wil worden. Dit soort woorden maken het boek meteen wat gedateerd, dat zou nu niemand meer zo zeggen. Floris wordt af en toe gepest en heeft weinig aansluiting, alleen Arjen is echt een vriend in zijn ervaring.

Doorgaan met het lezen van “Evert Hartman: Buitenspel”

Jan de Zanger: Ben is dood

jandezangerbenisdood

Jan de Zanger schreef in de jaren ’80 boeken die we tegenwoordig in het genre young adult zouden onderbrengen. Hadden we er maar wat van gezegd! valt daaronder, en dit boek ook. Ook dit boek las ik voor het eerst toen ik zelf op de middelbare school zat.

De titel zegt het al: Ben is dood. Het verhaal begint als de klas van Ben net gehoord heeft dat hij verongelukt is, geschept door een bus. Hoofdpersoon Fer realiseert zich dat hij eigenlijk maar heel weinig weet over Ben, en ook over zijn andere klasgenoten. Ze zitten in 4 havo, die klas bestaat voor de helft uit leerlingen die van de mavo kwamen (en ook nog eens van verschillende scholen, stapelen was in die tijd blijkbaar wat gebruikelijker dan nu) en verder uit leerlingen uit verschillende 3 havo-klassen en nog een enkele zittenblijver.

Doorgaan met het lezen van “Jan de Zanger: Ben is dood”

Jan de Zanger: Hadden we er maar wat van gezegd!

jandezangerhaddenweermaarwatvangezegd

Anders dan in de meeste jeugdboeken zijn de hoofdpersonen in dit boek volwassen. Het verhaal begint als Pieter Vink, vooraan in de veertig, na 25 jaar terug komt op zijn oude middelbare school. De school viert een jubileum en er is een grote reünie.

Pieter realiseert zich dat hij maar heel weinig herinneringen aan zijn schooltijd heeft, hij kan zich maar enkele klasgenoten direct voor de geest halen. Hij ontmoet als eerste Joyce, de vrouw op wie hij vroeger verliefd was, zij praat hem bij. De rest van de klas blijkt elkaar nog goed te kennen en elke vijf jaar bij elkaar te komen, hij heeft die uitnodigingen nooit ontvangen, en elke keer hebben ze zich afgevraagd waar hij toch terechtgekomen zou zijn. In de loop van de dag, als hij de gezichten, gebaren, houdingen, stemmen weer ziet, keren zijn herinneringen terug. En die hebben te maken met de nachtmerries die hem al die tijd al achtervolgen.

Doorgaan met het lezen van “Jan de Zanger: Hadden we er maar wat van gezegd!”