Miek Zwamborn: De duimsprong

miekzwamborndeduimsprong

Wat een mooi boek is dit! Het gaat over een vrouw die samen met een vriend, Jens, tochten heeft gemaakt in de bergen. Maar plotseling hoort niemand meer wat van Jens, hij is verdwenen, vermist. In haar verdriet gaat ze op zoek naar de plekken waar hij kwam, waar hij haar kaarten vandaan gestuurd heeft. Ze weet ook wel dat ze hem niet gaat vinden.

Eerder al raakte ze gefascineerd door de bergen, de geologie, door natuurhistorische musea. Zo komt ze op het spoor van de negentiende-eeuwse Zwitserse geoloog Albert Heim. Heim maakte al op jonge leeftijd tochten door de bergen en hij maakte tekeningen en prachtige, nauwkeurige maquettes van wat hij zag. Hij bracht de Alpen in kaart.

Voor de hoofdpersoon gaan de zoektocht naar Jens en die naar Heim samen op. In het boek lezen we door elkaar heen waar de hoofdpersoon is, wat er eerder gebeurd is, en wat ze ontdekt over het leven en werk van Heim. Zijn jeugd, studie, carrière, huwelijk met een zelfstandige vrouw die ook studeert en arts wordt. Foto’s van landschappen, en ook oude foto’s van en door Heim gemaakt, zijn deel van het verhaal. Net als oude kaarten, brieven, tekeningen. Het is jammer dat alles in zwart-wit is afgedrukt.

Continue reading “Miek Zwamborn: De duimsprong”

Advertenties

Frouke Vermeulen: Vechten tegen verveling

froukevermeulenvechtentegenverveling

Burn-outs zijn overbekend, maar van een bore-out hebben veel mensen nog nooit gehoord. Toch kan dat blijkbaar ook: je letterlijk ziek vervelen op je werk. In dit boek beschrijft Frouke Vermeulen haar bore-out: de aanloop, de instorting, het herstel. En wat ze ervan geleerd heeft.

Ik ging dit boek lezen omdat ik ergens gelezen had dat bij Vermeulens bore-out hoogbegaafdheid een rol speelde, en dat thema vind ik interessant. En dat klinkt ook best wel logisch: hoogbegaafden zijn, omdat ze vaak sneller denken, sneller verbanden zien en complexe zaken sneller doorhebben, misschien ook wel sneller verveeld.

Continue reading “Frouke Vermeulen: Vechten tegen verveling”

Lieke Marsman: De volgende scan duurt vijf minuten

liekemarsmandevolgendescanduurtvijfminuten

Marsmans vorige boek, Het tegenovergestelde van een mens, heette “roman” maar was in feite een mengeling van roman en essay. Dit boekje is opnieuw een mix, nu van autobiografisch proza en poëzie. Het is een klein boekje, 63 pagina’s en klein van formaat (niet duur, ook). Marsman schreef het toen ze ziek was, en daarna.

In het voorjaar van 2018 had Marsman veel last van haar schouder. Maar om voor last van haar schouder een gastschrijverschap af te zeggen voelde slap, zeker omdat de onderzoeken niets opleverden. Ze had “zichzelf al in het narratief van de overspannen twintiger geplaatst”, zoals ze het zo mooi formuleert in de eerste zin van het prozadeel van het boek. Maar dat is ze niet, ze heeft kanker.

Continue reading “Lieke Marsman: De volgende scan duurt vijf minuten”

Louise Elffers: De bijlesgeneratie

louiseelffersdebijlesgeneratie.jpg

Toen ik zelf op school zat, had bijna niemand bijles, en huiswerkbegeleiding bestond nog nauwelijks. Nu is dat heel anders: mijn studenten verdienen hun geld met bijles geven, er zijn ook meer officiële bijlesbureaus en veel huiswerkinstituten. Ook al voor basisschoolleerlingen, om ervoor te zorgen dat een zo hoog mogelijk schooladvies in de wacht gesleept wordt.

Het is te makkelijk om te zeggen dat dat onnodig zou zijn en dat ouders te veel willen, schrijft Elffers. Het onderwijssysteem en de samenleving zijn tegenwoordig zo ingericht dat een diploma nogal veel bepaalt: wat voor werk je doet, je salaris, maar ook je sociale positie. Een diploma is lang niet alleen maar een bewijs dat je bepaalde kennis en vaardigheden bezit, maar eerder een voorwaarde om kans te maken op de hogere posities in de samenleving.

Continue reading “Louise Elffers: De bijlesgeneratie”

Merijn de Boer: De geur van miljoenen

merijndeboerdegeurvanmiljoenen

Dit boek is een verhalenbundel. Ik lees in het algemeen liever romans dan verhalenbundels. Eigenlijk is dat gek natuurlijk, zoals just read ook schrijft: als lezer houd ik gewoon van verhalen in het algemeen, en ook romans zijn soms kort en soms lang. Als ik erover nadenk is het grootste nadeel van een verhalenbundel voor mij dat ik binnen één leesmoment (zeg, in de trein) van verhaal moet wisselen. Je zit ergens in, en dat is afgelopen, en omdat je nou eenmaal aan het lezen bent in een boek waarin je ook verder wil lezen, moet je je meteen weer verdiepen in een nieuwe situatie, nieuwe personages, een nieuwe setting. En die moeten ook snel en pakkend worden neergezet. In een roman is daar meer tijd voor.

Een ander nadeel van een verhalenbundel kan zijn dat de verhalen me niet allemaal evenveel aanspreken. En dat was in deze bundel ook het geval. Laat ik vooropstellen: De Boer kan goed schrijven. Zijn stijl en manier van schrijven, situaties bespreken, spreken me wel aan.

De thema’s doen dat echter niet allemaal. Sommige verhalen vond ik heel goed. Het laatste verhaal bijvoorbeeld, Het cassettebandje, vond ik sterk. Dat gaat over bankier Ype Middelkoop die na een opera-voorstelling door nachtelijk New York een heel eind naar huis moet lopen, en zijn leven overdenkt. Door die opera denkt hij aan een gelukkige tijd op de middelbare school en zijn toenmalige vriend Jerry, met wie hij een vriendschap had die gebaseerd was op een interesse voor literatuur en muziek. Wie is hij nou eigenlijk echt, die jongen die boeken las of toch meer de corpsbal met de carrière? Dat vond ik erg mooi beschreven. Ook het openingsverhaal Een acrobaat in Accra vond ik heel goed, omdat de hoofdpersoon in de loop van het verhaal door een knappe ombuiging opeens in een totaal ander licht komt te staan.

Continue reading “Merijn de Boer: De geur van miljoenen”

Arjen van Veelen: Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken

arjenvanveelenaantekeningenoverhetverplaatsenvanobelisken

Ik had dit boek al een poosje op de leesstapel liggen, maar het heeft even geduurd voor ik er in begon. Het thema is namelijk nogal zwaar: het gaat over hoofdpersoon Arjen en zijn vriendschap met Tomas, die overleden is. In het echt verloor Arjen van Veelen zijn vriend Thomas Blondeau, die in oktober 2013 overleed. Ik kende Thomas een beetje: hij zat een dag of wat in mijn introductieweekgroepje (deze zomer precies twintig jaar geleden), daarna sprak ik hem jaren niet en uiteindelijk kwam ik hem op feestjes en via anderen af en toe weer tegen. Het is bijzonder om een roman te lezen over mensen die ik wel eens tegenkwam, over plaatsen waar ik in die tijd ook kwam.

De roman speelt voornamelijk op drie plekken: Leiden/Amsterdam, waar Arjen en Tomas elkaar ontmoetten en de vriendschap zich ontwikkelde, St. Louis in de VS, waar Arjen nu woont, en Alexandrië, waar Arjen Tomas’ romans de plek wil geven die ze verdienen: in de nieuwe versie van de beroemde bibliotheek. Van tevoren verwachtte ik dat de Leidse delen me het meest zouden aanspreken, vanwege de herkenning. Die stukken waren inderdaad mooi, maar ook de andere delen zijn dat: hoe Arjen met zijn wegwerpcamera door Alexandrië slentert, hoe hij met Tomas’ jas aan door St. Louis wandelt met zijn kat. Arjen heeft klassieke talen gestudeerd en vertelt veel achtergronden over de geschiedenis van Alexandrië, maar dat is nergens saai. Hij vertelt bijvoorbeeld over de zoektocht naar de tombe van Alexander de Grote. Maar ook over de geleerden die daar vroeger woonden, met uitstapjes naar hoe het schrift ontstond in Mesopotamië, antieke filosofen, enzovoorts. Het verhaal leest steeds vlot en de verhaallijnen worden op een logische en passende manier afgewisseld.

Continue reading “Arjen van Veelen: Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken”

Evert Hartman: Buitenspel

everthartmanbuitenspel

Het herlezen van kinderboeken van geliefde schrijvers van vroeger is altijd een risicovolle bezigheid: soms blijkt zo’n boek dat je vroeger prachtig vond nog steeds prachtig (en mijn ervaring is dat ik er in zo’n geval ook meteen weer helemaal in zit), en soms blijkt dat een boek dat je vroeger mooi vond niet meer helemaal voldoet aan je volwassen visie op stijl, opbouw, enzovoort.

Dit boek viel meer in de tweede categorie, al vond ik dit vroeger ook al niet het beste boek van Hartman. Het verhaal gaat over Floris, die zich anders voelt dan zijn klasgenoten. Hij houdt van lezen en niet van sporten, en hij weigert water bij de wijn te doen. Als zijn klasgenoten zeuren over dat iets teveel werk is, of het onterecht vinden dat ze een onvoldoende krijgen als ze niet geleerd hebben, vindt hij dat maar onzin. Hij doet zijn best op school en leest veel omdat hij later toneelspeler wil worden. Dit soort woorden maken het boek meteen wat gedateerd, dat zou nu niemand meer zo zeggen. Floris wordt af en toe gepest en heeft weinig aansluiting, alleen Arjen is echt een vriend in zijn ervaring.

Continue reading “Evert Hartman: Buitenspel”

Philip Huff: Dagen van gras

philiphuffdagenvangras

Dit boek is het verhaal van Ben van Deventer, 18 jaar. Hij zit in een adolescentenkliniek omdat hij na een tijd drugs gebruikt te hebben een psychose kreeg. In dit boek vertelt hij hoe het zo gekomen is. Dat verhaal hangt samen met het verhaal van zijn vriendschap met Tom, die in de zomer dat Ben 9 was ook op het landgoed kwam wonen, in het huis waar eerst nog Bens oom woonde met zijn vriend. Die relatie ging uit en zijn oom vertrok naar Amsterdam.

Dat landgoed is het landgoed van zijn grootouders in Gelderland, een groot huis en wat kleinere huizen tussen weilanden en bossen. Dat is waar Ben is opgegroeid, samen met zijn ouders (later alleen zijn moeder), in het huis tegenover het Oude Huis, waar zijn grootouders woonden. Zijn grootmoeder raakte dement, maar met zijn grootvader had hij een heel sterke band.

Op dat landgoed spelen Ben en Tom naar hartelust buiten. Als ze ouder worden, wordt dat steeds meer bezig zijn met muziek. Ze luisteren naar de oude platen van Bens vader, die dan al veel in Engeland zit, uiteindelijk komt hij helemaal niet meer terug. Ben speelt al piano, maar wil gitaar leren spelen. Van zijn docent Rudi leert hij pas echt wat muziek maken is, en dat bepaalt al snel zijn leven. Vooral die van de Beatles.

Continue reading “Philip Huff: Dagen van gras”

Erna Sassen: Er is geen vorm waarin ik pas

ernasassenerisgeenvormwaarinikpas

Dit boek sprak me aan door het begin van de tekst op de achterkant:

Tot en met de vierde ging alles eigenlijk vanzelf maar sinds ik in de vijfde zit is er een hoop veranderd. Volgens mijn mentor heb ik TE lange tijd TE hard gewerkt en volgens mijn moeder ben ik TE perfectionistisch.
Jajaja.
Dat is een van de grootste nadelen van volwassenen: ze denken altijd beter te weten dan jijzelf wat er met jou aan de hand is.

Ik werk op een lerarenopleiding en houd me uit interesse ook bezig met hoogbegaafdheid. Bij hoogbegaafde leerlingen zie je dit soms: ze zijn zo perfectionistisch dat er uiteindelijk niets meer gebeurt. Want falen, en dan vooral het niet voldoen aan je eigen (vaak te hoge) standaarden, voelt erger dan het niet geprobeerd hebben.

Dat thema komt inderdaad ook wel aan de orde in dit boek, maar dat is niet het belangrijkste. We volgen Tessel, die lijstjes maakt met wat ze moet gaan doen. Daar staan dingen op zoals het onderwerp kiezen voor het PWS, maar ook: niet overal zo’n punt van maken. Tessel trekt zich dingen snel aan en betrekt ze ook meteen op zichzelf: ze denkt al snel dat iemands reactie komt door iets wat zij gedaan heeft.

Continue reading “Erna Sassen: Er is geen vorm waarin ik pas”

Minke Douwesz: Weg

minkedouweszweg

Dit boek zou ik misschien niet vanzelf zijn gaan lezen, want het uitgangspunt is nogal beklemmend: hoofdpersoon Edith verbreekt haar relatie, maar ex Norma vertrekt niet omdat ze het daar niet mee eens is. Maar Lalagè schreef vorig jaar een enthousiaste recensie, dus toen ik het in een antiquariaat zag staan heb ik het gekocht. En gelukkig maar!

Je moet wel even de tijd en rust nemen voor dit boek: het ziet er minder dik uit dan het is (573 pagina’s). Ik heb het daarom bewaard voor op vakantie. Hoofdpersoon Edith is gynaecoloog, bijna veertig, is haar proefschrift over eetstoornissen en lichaamsbesef aan het afronden en woont samen met Norma in een oude boerderij op het platteland. Daar zijn ze samen gaan wonen vanwege de rust en de ruimte, ze hebben twee ezels, katten en een hond. Alleen is hun relatie daardoor wat in het slop geraakt. Edith werkt hard en heeft door haar onderzoek weinig tijd over om leuke dingen met Norma te doen, en er moet ook altijd nog wel iets gebeuren aan het huis. Norma daarentegen werkt niet, ze heeft regelmatig heftige migraine-aanvallen en is druk bezig met al het onrecht in de wereld en dan vooral het onrecht dat dieren aangedaan wordt. Toen ze nog apart van elkaar in de stad woonden, was dat verschil in leeftempo wel fijn: Edith was in het weekend bij Norma en kwam al wandelend met haar tot rust. Maar nu breken de verschillen hen op. En als Edith enthousiast vertelt over een collega op haar werk wordt Norma jaloers.

Continue reading “Minke Douwesz: Weg”