Sanneke van Hassel: Nederzettingen

sannekevanhasselnederzettingen

Ik lees liever romans dan korte verhalen, vooral omdat ik liever wat langer opga in hetzelfde verhaal dan dat ik steeds weer van situatie moet veranderen. Maar soms vind ik een verhalenbundel lezen ook leuk, en zeker die van Sanneke van Hassel. Ook haar nieuwste bundel Nederzettingen viel niet tegen!

Wat Van Hassels verhalen zo goed maakt is dat ze met weinig woorden een heel personage neer kan zetten. De situatie is relatief overzichtelijk, maar meer dan een plot beschrijft ze een persoon, een plek, of het samenspel tussen plek en persoon.

Het eerste verhaal, In onze straat, confronteert de hoofdpersoon met haar vooroordelen: een Marokkaanse jongen heeft schade aan zijn scooter nadat een vriendje van haar buurjongetje een bal de straat opschoot. Ze voelt zich verantwoordelijk om de situatie op te lossen, om te laten zien dat het kán, met zoveel culturen vreedzaam samenleven. Tussen de regels door staan de overwegingen en reflecties van de schrijfster, de hoofdpersoon, op haar eigen drijfveren en verwachtingen. En dan de anticlimax. Prachtig.

Doorgaan met het lezen van “Sanneke van Hassel: Nederzettingen”

Nicolien Mizee: De kennismaking

nicolienmizeedekennismaking

Een van de laatste uitjes die we ondernamen voor alles werd afgelast, was de Literaire Manifestatie in Theater aan de Parade in den Bosch. In Brabant waren de maatregelen op dat moment al strenger dan in de rest van het land, en Aaf Brandt Corstius opende de middag dan ook met: “Zo, hier zitten we dan, in de gezondste zaal van Nederland!” Die middag interviewde ze drie schrijvers: Ronald Giphart, Oek de Jong en Nicolien Mizee. Wie hier vaker komt weet wel dat ik de laatste tijd een aantal boeken van Nicolien Mizee gelezen heb, bijvoorbeeld Schrijfles (nu overigens opnieuw uitgegeven en herzien onder de titel De grote wil en andere schrijflesverhalen) en De halfbroer. En naar aanloop van deze middag las ik eindelijk De kennismaking, het eerste boek met haar “faxen aan Ger”.

De faxen beginnen in 1994 (vandaar ook: faxen). Mizee schrijft aan Ger Beukenkamp, haar docent scenario-schrijven. Maar het is niet echt een correspondentie, want: hij schrijft nooit terug. Ze hebben wel contact, ze ontmoeten elkaar af en toe en er zijn sporadische telefoontjes, maar reageren op de faxen doet Ger nooit.

Doorgaan met het lezen van “Nicolien Mizee: De kennismaking”

Jeroen Windmeijer: Het Petrus mysterie

jeroenwindmeijerhetpetrusmysterie

Zo af en toe vind ik een Da Vinci Code-achtige thriller wel lekker. Deze ben ik voornamelijk gaan lezen omdat hij in Leiden speelt. Ik heb daar vijftien jaar gewoond en kom er nog af en toe omdat ik het zo’n leuke stad vind, dus een boek waarin die stad een grote rol speelt vind ik alleen daarom al leuk.

Hoofdpersoon Peter de Haan is archeoloog. Precies op het moment dat studente Judith Cherev in zijn kantoor over haar scriptievoorstel wil praten, belt een collega op: er is een spectaculair viziermasker gevonden bij een opgraving op de plek waar de nieuwe wijk Roomburg gebouwd zal gaan worden. Het is 2 oktober 1996, de avond waarop de festiviteiten rondom het Leids Ontzet op 3 oktober losbarsten in de binnenstad. Als Peter en Judith bij de opgraving komen, zien ze iemand wegrennen en ze vinden Thomas, de archeoloog, met een hoofdwond op de grond.

Peter gaat een huis zoeken om de hulpdiensten te kunnen bellen (het bestaan van mobiele telefoons heeft bepaalde aspecten in thrillers tegenwoordig onmogelijk gemaakt, misschien laat Windmeijer het boek daarom in 1996 spelen?) en ondertussen prevelt Thomas nog wat tegen Judith, waarna ze een mooi ivoren kistje vindt. Ze stopt het snel in haar zak en daarna komt de ambulance.

Doorgaan met het lezen van “Jeroen Windmeijer: Het Petrus mysterie”

Tonke Dragt: De torens van februari

tonkedragtdetorensvanfebruari

Dit boek is een van mijn favoriete boeken. Schrikkeldag (vandaag!) speelt een belangrijke rol, dus juist in een schrikkeljaar lees ik het graag opnieuw. Ik heb het al best vaak gelezen, al weet ik niet meer hoe vaak en ook niet wanneer de eerste keer was, maar dat was ergens in mijn jeugd toen ik het leende uit de bieb.

Het verhaal heeft de vorm van een dagboek, een dagboek van iemand dat Tonke Dragt ontvangen heeft van zijn broer. In het begin weten we nog niet wie het dagboek heeft geschreven, sterker nog, de persoon die het dagboek schrijft weet zelf niet meer wie hij is. Zijn geheugen begint op een verwarrend moment op het strand, waar hij opeens staat, zijn rechterschoen aan zijn linkervoet en andersom, zijn voetsporen komen uit de zee maar op het randje van zijn broek na is hij droog.

Hij is de duinen ingelopen, en na een tijd komt hij bij twee vreemde torens uit, die hem tegelijk vreemd en bekend voorkomen. Bij de torens hoort een torenwachter, meneer Avla, en die neemt hem onder zijn hoede, geeft hem eten, moedigt hem aan in zijn dagboek te schrijven. Meneer Avla heeft zelf een kist met papieren en lijkt meer te weten dan hij zegt. Hij geeft hem ook een naam, Tim.

Iemand anders die interesse in hem toont is Jan Davit, een man die hij op zijn eerste dag al tegenkwam, en uiteindelijk neemt Jan hem op in zijn huis, waar ook dochter Téja en hond (ook) Téja wonen. Téja is veertien, ongeveer van Tims leeftijd (maar ook die weet hij natuurlijk niet). Hij gaat met Téja mee naar school, een fijne plek waar je dingen kunt leren, hoewel hij eerst andere associaties had bij dat woord. Jan vindt dat Tim gewoon moet blijven, hij kan zich voordoen als hun neef uit Atlantis. Maar Tim kan het niet laten te zoeken naar wat hij vergeten is, naar wie hij is. En daarvoor moet hij toch terug naar de torenwachter, want die leek meer te weten.

[hieronder staan enkele spoilers in de tekst]

Doorgaan met het lezen van “Tonke Dragt: De torens van februari”

Hanneke Hendrix: Aswoensdag

hannekehendrixaswoensdag

Een passende titel voor vandaag! In dit boek keert Marit noodgedwongen terug naar het fictieve dorp Sint Nazareth Aan de Woestijn (“Sint Naaz”) in Noord-Limburg, waar haar moeder Stans woont. Ze heeft haar jaren niet gezien en heeft daar nog steeds geen behoefte aan, maar het gaat niet goed met haar moeder: die heeft alzheimer en de situatie is onhoudbaar geworden voor de buurvrouw en de officieuze buurtregisseur Rudy.

Marit woont al sinds haar studietijd in een stad aan zee, ze woont samen met Maarten. De laatste keer dat ze haar moeder zag, haar vader was kort daarvoor overleden, spraken ze af in een warenhuis ergens in het midden.

“Zorg je wel goed voor jezelf?” vroeg ze. “Zorgt hij wel goed voor je? Hij moet je serieus nemen. Jullie leven nog als studenten.”
“Ik ben net een jaar afgestudeerd.”
“Geen trouwplannen, geen kinderplannen, geen fatsoenlijk huis.”
“Wat weet jij nou van mijn huis? Je bent er nooit geweest.”
“Ik vind dat reizen eng, dat zeg ik net, dat weet je best.”

Marits moeder blijkt veranderd. Ze is veel toegankelijker, laat zich aanraken, knuffelt Marit, zegt dingen over vroeger. En dat vroeger heeft grote invloed gehad: toen ze een klein meisje was zijn al haar broers verongelukt bij een mijnongeluk. Dat heeft een groot stempel gedrukt op haar leven.

Doorgaan met het lezen van “Hanneke Hendrix: Aswoensdag”

Lidewijde Paris (samensteller): En toen viel ik van het podium

lidewijdeparisentoenvielikvanhetpodium

Vaak houd ik niet zo van verzamelbundels met bijdragen van verschillende schrijvers. Dan zitten er een paar verhalen in die ik goed vind en een heleboel die ik niet zo goed vind, en dan haak ik ergens af en lees ik het uiteindelijk niet uit. Maar dit boek is anders om twee redenen: vanwege het leuke onderwerp en omdat er heel veel goede schrijvers zijn gevraagd.

Ik vind het leuk om interviews met schrijvers te bezoeken, als de lokale boekhandel zoiets organiseert ga ik er regelmatig heen en ik ben een vaste bezoeker van de maandelijkse Boekie Night, waar Wim Daniëls elke keer twee of drie schrijvers interviewt. Dan is de zaal altijd goed gevuld. In dit boek lezen we de kant van de schrijvers bij dergelijke evenementen. Hoe is het om ergens te gaan signeren en iedereen blijkt voor Ronald Giphart te komen? Wat als je dichtklapt tijdens een interview op televisie? Waarom begint de organisator altijd over ervaringen met andere bezoekende schrijvers? Het is grappig dat Kees van Kooten en Remco Campert in meerdere verhalen verschijnen als auteurs die eerst gevraagd waren, of wél een volle zaak trokken.

Doorgaan met het lezen van “Lidewijde Paris (samensteller): En toen viel ik van het podium”

Rinus Spruit: Broeder, schrijf toch eens!

rinusspruitbroederschrijftocheens

De 58-jarige Rinus Spruit is na de dood van zijn vader in zijn ouderlijk huis gaan wonen, in Zeeland. Daarmee worden zijn herinneringen steeds belangrijker. Als hij naar buiten kijkt, ziet hij het verleden, en in dat huis net zo goed. Zijn vader was rietdekker en bouwde een schuur, theehuisje, kippenhok, schutting. Er staan oude fruitbomen. Rinus laat een oud negatief afdrukken van zijn vader die schoffelt op het land. Op de akkers waar hij op uitkijkt worden nu door zijn buurman gewassen verbouwd, wat die buurman kiest bepaalt de komende maanden Rinus’ uitzicht.

Rinus schrijft op wat hij uit zijn keukenraam ziet, de planten en de dieren. Hij duikt ook nog verder het verleden in: hij vindt de brieven die de zussen van zijn opa gestuurd hebben vanuit Amerika, waar ze heen geëmigreerd zijn. Uit die brieven blijkt het levenslange gemis, naar het oude land en naar hun broer. De zussen realiseren zich dat ze hem niet meer zullen zien. Hoe anders was zo’n emigratie toen: dat betekende echt nooit meer terugkomen. Er was nog een zus, die naar Antwerpen verdwenen is, ook van haar dochter zijn er brieven. Rinus gaat op zoek naar haar verhaal.

Doorgaan met het lezen van “Rinus Spruit: Broeder, schrijf toch eens!”

Michael Kaptein: De schaduw van de piramide

michaelkapteindeschaduwvandepiramide

Ik lees niet zo vaak boeken die in eigen beheer zijn uitgegeven (eigenlijk alleen vakinhoudelijke boeken). Uitgevers hebben redacteuren en een selectieproces, en dat geeft meer kans op goede kwaliteit (al zijn er natuurlijk ook mensen die mooie dingen schrijven die niet door uitgevers worden opgepakt). Maar toen de auteur van deze novelle me vroeg of ik interesse had om zijn boek te lezen was ik wel benieuwd!

Het boek wordt al wat geheimzinnig aangekondigd: “Dit verslag werd in 2019 gevonden in een fles, ingegraven op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied”, zegt de beschrijving. Het is een verslag van Gerard Adriaanszoon Cornelissen, een nogal luie en verwende student archeologie. Hij heeft nog nooit ergens voor gewerkt, maar heeft ondanks de rijkdom ook niet echt een makkelijke jeugd gehad. Het is een historisch verhaal, opgeschreven op 14 oktober 1901.

Doorgaan met het lezen van “Michael Kaptein: De schaduw van de piramide”

Stephan Enter: Pastorale

stephanenterpastorale

Enters nieuwe boek Pastorale heeft al veel aandacht gekregen, het werd zelfs boek van de maand bij De Wereld Draait Door, een garantie voor grote stapels in de boekhandels. Ik vind het terecht. Het is een klein verhaal in de zin dat het zich in een korte periode en op één plek afspeelt, een zomer in de jaren ’80 in het dorp Brevendal. Maar aan de andere kant is het een groot verhaal, over hoe “de Hollanders” omgaan met hun eigen geschiedenis en de gevolgen daarvan, zoals de wijk met Molukse bewoners in het dorp met wie er nauwelijks contact is.

Hoofdpersonen zijn broer en zus Oscar en Louise, met afwisselend perspectief. Een vrouwelijke hoofdpersoon is in Enters boeken overigens meer uitzondering dan regel. Oscar zit aan het begin van het boek in de vijfde klas, aan het eind aan het begin van de zesde, en hij leeft toe naar het moment waarop hij kan gaan studeren en weg kan uit het dorp, al heeft hij nog geen idee welke studie hij wil gaan doen. Louise ís al weg, zij woont op kamers en studeert Engels. Oscar en Louise zijn opgegroeid in een oud landhuis buiten het dorp, waar moeder zich steeds meer op het geloof richt en vader steeds meer wegkruipt in zijn werkkamer met zijn boeken en vleugel.

Doorgaan met het lezen van “Stephan Enter: Pastorale”

Rascha Peper: Dooi

raschapeperdooi

Het was al even geleden dat ik een boek van Rascha Peper las en dit leek me een perfect boek in alle pre-kerstdrukte: het is dun en gaat over de winter, al is de kou uit het boek er nu natuurlijk niet.

Hoofdpersoon Ruben zit met zijn woonboot ingevroren bij een klein, onbewoond eilandje in het IJsselmeer. Zijn vrouw logeert inmiddels bij vrienden aan de wal, want zij heeft een baan waar ze niet langer weg kon blijven, maar Ruben is vertaler en kan vanuit zijn boot werken. Bovendien is het niet verantwoord om die boot daar onbeheerd te laten liggen, want iedereen kan erbij komen over het ijs.

Inmiddels heeft hij al dagen geen schaatsers meer gezien, want het begint nu dan toch eindelijk te dooien. Omdat het ijs zo dik was zal het echter nog wel even duren voor hij kan wegvaren.

De dagen zijn rustig, stil en kleurloos. De afleiding zijn de konijnen en vogels op het eilandje, waar hij een paar keer per dag een wandelingetje maakt. En zijn vertaling natuurlijk, hij is bezig met een wetenschappelijke verhandeling over vissen. Met veel vaktermen uit een gebied waar hij weinig verstand van heeft, dus het kost hem moeite. Maar de herinneringen aan zijn vader die dat boek bij hem oproepen zijn wellicht wel moeilijker.

Doorgaan met het lezen van “Rascha Peper: Dooi”