Jeanette Winterson: Why be happy when you could be normal?

jeanettewintersonwhybehappywhenyoucouldbenormal

De titel van het boek is de zin die Wintersons adoptiemoeder uitspreekt op het moment dat ze Winterson op haar zestiende het huis uitzet. Of eigenlijk: de keus geeft tussen vertrekken of haar vriendin verlaten.

De moeder (die in het boek consequent met Mrs. Winterson wordt aangeduid, hoewel ze haar wel met “Mum” aanspreekt) is een complex persoon, voor zichzelf maar ook om mee te leven voor haar man en dochter. Ze leven een tamelijk arm bestaan in het industriële Accrington, waar op donderdag geen geld meer is voor goed eten of gas. Een wereld van buitentoiletten en kleine huizen, maar ook van saamhorigheid en gemeenschapszin: de familie is lid van een kerk die eigenlijk elke avond iets te doen biedt op een plek waar verder niets te beleven is. Mrs. Winterson is ongelukkig, ze is altijd bezig met het laatste oordeel, met de duivel, maar ze rookt wel stiekem, ook al mag dat niet van de kerk. Ze is moeilijk en onvoorspelbaar. Ze weigert bij haar man te slapen, Jeanette vraagt zich af of de reden voor haar adoptie is dat haar moeder geen kinderen kón krijgen of dat ze het niet wilde. Ze zet Jeanette vaak ’s nachts buiten of in het kolenhok, verdwijnt soms een paar dagen, en vergelijkt haar regelmatig met de baby die in de wieg naast haar lag en die ze eigenlijk beter hadden kunnen kiezen.

Continue reading “Jeanette Winterson: Why be happy when you could be normal?”

Advertenties

Nicolien Mizee: Schrijfles

nicolienmizeeschrijfles

Ik kwam op het spoor van Nicolien Mizee omdat haar nieuwste boek, Moord op de moestuin, best wat aandacht kreeg in de media. Omdat ik wel van detectives houd ging ik dat lezen. Ik vond het boek als detective wel aardig maar niet heel bijzonder, wat me wel aansprak was Mizees schrijfstijl. Dus ik besloot meer van haar te lezen.

Ik begon met dit dunne boekje, een verzameling columns uit NRC Handelsblad. Mizee werkte als schrijfdocent. Ze beschrijft in deze columns haar cursisten, wat ze hen probeert te leren, de dynamiek in haar groep, maar uiteindelijk vooral zichzelf.

Sommige situaties zijn heel herkenbaar, ik geef zelf tenslotte ook les aan volwassenen. De dynamiek in zo’n groep, een student die de docent zit uit te dagen, het is allemaal heel goed beschreven. Het is leuk hoe verrast Mizee is als een cursist opeens iets heel bijzonders schrijft of zegt. Als een collega geen vervolgcursus aan haar cursisten wil geven omdat die teveel over zichzelf schrijven, is Mizee geïmponeerd. Maar ze beseft ook dat zij het juist het leukst vindt als mensen wél over zichzelf schrijven, want dan is het werk vaak grillig en origineel.

Continue reading “Nicolien Mizee: Schrijfles”

Bregje Hofstede: Drift

bregjehofstededrift

Ik heb gemengde gevoelens over dit boek. Het is knap geschreven, op sommige momenten greep het me, meestal waren dat de momenten waarop de pijnpunten tussen Bregje en Luc het duidelijkst naar voren kwamen. Op sommige andere momenten deed het me niet zoveel en werd het geanalyseer me wat teveel.

Het verhaal begint midden in de nacht. Hoofdpersoon Bregje zit midden in Brussel op straat met een grote rugzak die helemaal gevuld is met al haar dagboeken. Ze is weggegaan bij haar man Luc, met wie ze al sinds de middelbare school samen is. Daarna komt per dag wat er volgt. Bregje zwerft langs hotels en Airbnb’s in de stad, ze gaat even bij haar ouders logeren maar houdt dat niet zo lang vol, ze vertrekt zelfs naar Napels omdat dat even duur is als in Brussel blijven.

In de loop van die dagen blikt Bregje terug op de relatie. We lezen hoe ze elkaar ontmoetten, hoe ze wat kregen met elkaar. We lezen ook hoe verschillend ze van het begin af aan ook waren: Luc kwam uit een gebroken gezin, hij woonde alleen met zijn vader en had een Franse moeder, hij vraagt zich ergens in het boek af of zijn moeder misschien nog baby-foto’s van hem heeft. Bregje daarentegen komt uit een stabiel en liefdevol gezin vol familie-uitdrukkingen en met een speciaal voor haar volgeschreven schrift over haar jeugd, waarin haar ouders al anekdotes over haar bijhielden. Dat schrift dient nu om uit te zoeken wie ze was vóór Luc, en ze leest al haar dagboeken minutieus door om er achter te komen wat er nou eigenlijk gebeurd is. Om aanwijzingen te zoeken dat de relatie gedoemd was te mislukken, misschien.

Continue reading “Bregje Hofstede: Drift”

Juli Zeh: Briefroman

julizehbriefroman

Dit boek begint met een afwijzingsbrief: Zeh is uitgenodigd om de prestigieuze Frankfurter Poetikvorlesung aan de Goethe-Universität te geven, maar ze wil niet. Ze beweert dat ze het te druk heeft. Maar daar komt ze op terug: nadat er blijkbaar aansporingen van haar uitgever, echtgenoot (“chef”) en de Oude Zweed zijn gekomen, licht ze uitgebreider toe waarom ze niet komt. Want tijdgebrek is natuurlijk een slechte uitvlucht voor een evenement dat steeds weer terugkomt: men kan het blijven vragen, in de hoop dat er op den duur wel een keer tijd is.

Maar Zeh heeft een principiëler probleem. Ze gelooft namelijk niet dat er zoiets is als een poëtica, een intentie van de schrijver. Die intentie wordt er later door anderen, voornamelijk leraren Duits die een duidelijk omschreven onderwijsdoel nodig hebben om te bereiken met de leerlingen, in gezocht. Dus als je als auteur praat over je bedoeling, ben je eigenlijk de lezer van je eigen werk.

Continue reading “Juli Zeh: Briefroman”